Wat is de betekenis van UITGEREKEND?

2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitgerekend

uitgerekend - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van uitrekenen

Lees verder
2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitgerekend

uitgerekend - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord uitspraak: uit-ge-re-kend 1. er altijd op uit zijn zelf het beste te krijgen ♢ dat meisje is een uitgerekende tante 1. juist dan ♢ uitgerekend op m...

Lees verder
1978
2021-01-21
Germanismen in het Nederlands

Dr. S. Theissen

Uitgerekend

‘De oorspronkelijke bevolking (emigreerde) uitgerekend naar de Afrikaanderwijk.’ (Elseviers Magazine, 19.8.72, p. 8) In de betekenis van ‘juist, nu net’ wordt uitgerekend door heel wat puristen als een germanisme (D. ‘ausgerechnet’) afgekeurd. Ook door Van Dale en Weijnen. Tot aan het begin van de jaren '70...

Lees verder
1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

uitgerekend

bn. en bw., 1. bn., altijd op zijn voordeel bedacht: enorm — zijn; 2. (germ.) bw., juist, nu net: — hem moest dat weer treffen.

Lees verder
1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Uitgerekend

bn., (spreekt.) altijd op zijn voordeel bedacht, dit slim overleggend. — [Opm.: als germ. af te keuren is het gebruik als bw. in de zin van juist, nu net: uitgerekend hem moest dat weer treffen].

1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITGEREKEND

UITGEREKEND - bn. op zijn voordeel bedacht, slim.