Uiterst
bn. bw., I. bn., 1. het meest verwijderd: de uiterste grenzen; het uiterste puntje. 2. de grootste intensiteit bereikend, grootst, hoogst: in de uiterste nood; van het uiterste gewicht; — het uiterste geval, het meest ongunstige; — zijn uiterste best doen, zo veel doen als mogelijk is; zijn u...