Wat is de betekenis van uitentreuren?

2020
2022-05-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

uitentreuren

steeds maar weer. iedere keer maar weer opnieuw; steeds maar weer; telkens weer; negatiever ook: tot vervelens toe; tot in het oneindige; eindeloos. Voorbeelden: Reve zal nooit een echte roman kunnen schrijven omdat hij eigenlijk niet geïnteresseerd is in wat zijn medemensen bezielt. Hij kan alleen ouwehoeren over zijn eigen gev...

Lees verder
2019
2022-05-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitentreuren

uitentreuren - Bijwoord 1. zonder ophouden Autisten herhalen vaak uitentreuren bepaalde gedragingen. Woordherkomst Samentrekking van uit den treuren. Synoniemen onophoudelijk, onafgebroken, onverpoosd

Lees verder
1977
2022-05-21
Spreekwoorden en gezegden

F. Stoet, uitgegeven door Thieme Meulenhoff ©

Uitentreuren

zonder ophouden, onverpoosd (tot vervelens toe); eig. buiten, zonder treuren (eertijds ook sonder treuren), dat is: vrolijk, waaruit zich de betekenis van flink, onverpoosd, onvermoeid geleidelijk heeft ontwikkeld. Reeds door Sartorius vermeld (111,3,21).

1973
2022-05-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Uitentreuren

bw., steeds maar door: ik heb het je gezegd; het duurt uitentreuren zeer lang, tot vervelens toe.

1950
2022-05-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Uitentreuren

[het accent wisselt], bw., steeds maar door, zonder verflauwen, zonder ophouden: uitentreuren zingen; het regende uitentreuren; — (minder juist) het duurt uitentreuren, zeer lang, tot vervelens toe.

1937
2022-05-21
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

uitentreuren

bw (uit-den-treuren, zonder treuren d. i. vrolijk, flink): zij zongen uitentreuren, zonder verflauwen, zonder ophouden; het duurt uitentreuren, zeer lang, tot vervelens toe.

1925
2022-05-21
Nederlandse spreekwoorden

Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925) door F.A. Stoett

Uitentreuren

D.w.z. zonder ophouden, onverpoosd (tot vervelens toe); eig. buiten'zonder treuren (eertijds ook sonder treuren), dat is: vroolijk, waaruit zich de beteekenis opgewekt, flink, onverpoosd geleidelijk heeft ontwikkeld. Vgl. Sartorius III, 3, 21: Ghysinght uyt den treuren, dat hij gelijk stelt aan ‘gij zingt als een lijster&rs...

Lees verder
1898
2022-05-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITENTREUREN

UITENTREUREN - bw. zeer lang : het duurt uitentreuren.