Wat is de betekenis van uitdraaien?

2019
2022-12-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitdraaien

uitdraaien - Werkwoord 1. ~ op: uiteindelijk als resultaat hebben De werknemersorganisatie is bang dat de reorganisatie uitdraait op een massaontslag. Het zal wel op een teleurstelling uitdraaien. 2. (ov) door draaien iets ergens uit hal...

Lees verder
2018
2022-12-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitdraaien

uitdraaien - regelmatig werkwoord uitspraak: uit-draai-en 1. resultaat hebben ♢ dat draait natuurlijk weer op ruzie uit 2. de knop omzetten zodat het niet meer werkt ♢ wil je het gas even uitdra...

Lees verder
2004
2022-12-07
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

uitdraaien

- slecht/goed uitdraaien, slecht/goed aflopen. Zo'n stadsguerrilla kan slecht uitdraaien voor de Amerikanen en zou het tijdsbestek van de Amerikaanse plannenmakers ruim overschrijden. - HN, 24-09-2002.

Lees verder
2002
2022-12-07
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

uitdraaien

Uitdraaien is de techniek om het been vanuit de heup buitenwaarts te draaien; karakteristiek voor het academisch ballet.

1973
2022-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Uitdraaien

(draaide uit, heeft en is uitgedraaid), 1. ten einde draaien; uitlopen: waar moet dit op uitdraaien ? het zal wel weer op niets uitdraaien, geen succes hebben; 2. draaiend uithalen: een schroef uitdraaien; (scherts.) iemand een poot uitdraaien, hem lelijk beetnemen of afzetten; 3. het gas uitdraaien, het doven door aan een knop, schakelaar of kra...

Lees verder
1952
2022-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Uitdraaien

v., útdraéije; zich ergens (jin) earne útwine, it gat earne útwine.

1950
2022-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Uitdraaien

(draaide uit, heeft en is uitgedraaid), I. onoverg., ten einde draaien: de tol is uitgedraaid, — (fig.) uitlopen: waarop moet dit alles uitdraaien? wat zal het einde van dit alles wezen? II. overg., 1. draaiende uithalen: een schroef uitdraaien; — (scherts.) iem. een poot uitdraaien, hem lelijk beetnemen of...

Lees verder
1937
2022-12-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

uitdraaien

draaide uit, h. uitgedraaid (1 door draaien de toevoer [van petroleum, gas enz.] afsluiten; 2 iem. zijn betrekking listig ontnemen, iem. lozen; er uit werken): 1. draai het licht uit; 2. ze hebben hem er uitgedraaid; nog: waar zal dit op uitdraaien, mee eindigen, op uitlopen (met zijn); hij heeft er zich netjes uitgedraaid, zich weten te redden.

Lees verder
1930
2022-12-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

uitdraaien

('uid) (draaide uit, uitgedraaid) I. (heeft) 1. ten einde draaien. 2. draaiend losmaken. 3. op een draaibank uithollen : een naaf -. 4. door de kraan om te draaien afsluiten, uitdoen : het gas -. 5. door aan een knop te draaien doen uitgaan : het licht -. II. uitlopen : waarop moet dit alles -? dat draait op katjesspel uit.

Lees verder
1898
2022-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITDRAAIEN

UITDRAAIEN - (draaide uit, heeft en is uitgedraaid), ten einde draaien: de tol is uitgedraaid; — draaiende losmaken: eene schroef uitdraaien; — draaiende of op eene draaibank uithollen; — het licht uitdraaien, door de pit naar beneden te draaien, uitdooven; — het gas uitdraaien, den toevoer van gas afsluiten; - — he...

Lees verder