Wat is de betekenis van uitchecken?

2026-01-17
Op-en-top Nederlands

Frens Bakker, Els Ruijsendaal, Paul Uljé, Dick van Zijderveld (2022)

uitchecken

(werkwoord) [hotel] (zich laten) uitboeken, (zich laten) uitschrijven, afmelden - Als u morgen vertrekt, moet u zich voor één uur 's middags afmelden. [(lucht)vaart] ontschepen, (zich) afmelden [ov] zich uitmelden, zich afmelden - Voor je de bus verlaat, meld je je uit door je ov-kaart voor de kaartlezer te houden. [alg.]...

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Studenten van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-17
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

uitchecken

uitchecken - Werkwoord 1. (informatica) bepaalde handelingen verrichten bij het verlaten van een informatiesysteem of transportmiddel Woordherkomst Ontleend aan het Engels Antoniemen inchecken