uitchecken
(werkwoord) [hotel] (zich laten) uitboeken, (zich laten) uitschrijven, afmelden - Als u morgen vertrekt, moet u zich voor één uur 's middags afmelden. [(lucht)vaart] ontschepen, (zich) afmelden [ov] zich uitmelden, zich afmelden - Voor je de bus verlaat, meld je je uit door je ov-kaart voor de kaartlezer te houden. [alg.]...