Wat is de betekenis van uitbrengen?

2019
2023-01-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitbrengen

uitbrengen - Werkwoord 1. (ov) doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk Dit boek wordt volgende maand uitgebracht. Woordherkomst samenstelling van uit(bijwoord) en brengen(werkwoord)

Lees verder
2018
2023-01-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitbrengen

uitbrengen - onregelmatig werkwoord uitspraak: uit-bren-gen 1. het zeggen ♢ ik kon geen woord meer uitbrengen 1. verslag uitbrengen [vertellen wat er gebeurd is] 2...

Lees verder
2015
2023-01-29
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

uitbrengen

bekendmaken Nog voor de regering-Leburton was gevormd, had de demissionaire minister André Cools een geheim gehouden akkoord ondertekend met de Belgisch-Iraanse vennootschap Ibramco. Toen die dit nieuws in maart uitbracht en bovendien onthulde dat alle Belgische vennoten van Ibramco vooraanstaande socialisten waren, wekte dit want...

Lees verder
2004
2023-01-29
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

uitbrengen

(bracht uit, uitgebracht) onthullen, openbaren, verklappen.

1982
2023-01-29
De Tale Kanaans

J. van Delden

uitbrengen

openbaren, bekendmaken.

1978
2023-01-29
Germanismen in het Nederlands

Dr. S. Theissen

Uitbrengen

‘Vorig jaar werden er zeven nieuwe auto’s uitgebracht.' (Koenen) In de jaren ’30 en ’40 werd uitbrengen in ‘een film uitbrengen' als een germanisme (D. ‘herausbringen’) beschouwd voor ‘in omloop brengen, gaan vertonen’. Nu maakt niemand meer bezwaar tegen dit woord. Het heeft echter t...

Lees verder
1973
2023-01-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Uitbrengen

(bracht uit, heeft uitgebracht), 1. naar buiten brengen, geleiden: de sloep uitbrengen, strijken; 2. van zich doen uitgaan, zeggen: hij kon geen woord uitbrengen; 3. kenbaar maken, afgeven, leveren: zijn stem uitbrengen ; een rapport, een advies uitbrengen; 4. op de markt brengen: de grammofoonplaten die van deze opera’s zijn uitgebracht.

Lees verder
1963
2023-01-29
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

uitbrengen

(bracht uit, heeft uitgebracht), mee uitnemen. Toen tegen( ) twee uur de muziek sloot, stelde Just voor: Ro, laten we morgen die kinderen [twee jonge meisjes] uitbrengen no( )? (Dobru 1967: 30). - Etym.: Vgl. E ‘to bring out’ = o.m. presenteren in de wereld (jong meisje).

Lees verder
1952
2023-01-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Uitbrengen

v., útbringe.

1950
2023-01-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Uitbrengen

(bracht uit, heeft uitgebracht), 1. naar buiten brengen, geleiden: een gevangene uitbrengen; — (zeew.) een schip uitbrengen, naar zee loodsen; — buiten boord brengen: een anker, een touw uitbrengen; de sloep uitbrenger; strijken. 2. van zich doen uitgaan, zeggen: hij kon geen woord uitbrengen; — een...

Lees verder
1937
2023-01-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

uitbrengen

onr. w.w., bracht uit, h. uitgebracht (1 naar buiten brengen; 2 fig. bekend, openbaar maken; verklappen): 1. een sloep uitbrengen, strijken; 2. een rapport uitbrengen, een advies uitbrengen; verslag uitbrengen, geven; zijn stem uitbrengen, stemmen; geen woord kon hij uitbrengen, zeggen; gij moet dit niet uitbrengen; zie raaf.

Lees verder
1930
2023-01-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

uitbrengen

('uid) (bracht uit, heeft uitgebracht) 1. buiten brengen, leiden : een gevangene-. 2. Zeew. buiten boord gereedhouden : een anker -. 3. (voor het eerst) vertonen :een film -. 4. geven : een advies, een rapport, een stem -; zijn stem op iemand-. 5. spreken : een toost -. 6. verklappen : gij moet dit niet -. → kraai, raaf.

Lees verder
1900
2023-01-29
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

uitbrengen

Een belangrijk aandeel in de omzet van bijna elke kruidenierswinkel bestond uit de uitbreng of venterij. Vaste klanten schreven in een boodschappenboekje de benodigde levensmiddelen. Eenmaal per week haalde de winkelier het boekje af, verzamelde de bestelling en bezorgde deze thuis. Voor de bezorging gebruikte de kruidenier de hondenkar, de paarden...

Lees verder
1898
2023-01-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITBRENGEN

UITBRENGEN - (bracht uit, heeft uitgebracht), naar buiten brengen, geleiden: een gevangene uitbrengen; — (zeew.) klaarmaken, gereedhouden, buiten boord brengen : een anker , een touw uitbrengen; — de sloep uitbrengen, strijken; — een schip uitbrengen, naar zee loodsen; — openbaarmaken : een rapport uitbrengen; een advies...

Lees verder
1856
2023-01-29
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Uitbrengen

b.w. - Klaarmaken, gereed houden, buiten boord brengen, om elders vast te maken. Een kabel, een anker uitbrengen om daarop te verhalen, enz. Een touw op den wal uitbrengen (waarvan het eene end aan het vaartuig vastblijft en het andere aan wal wordt vastgemaakt).

Lees verder