Tweetalig
[het accent wisselt], bn., twee talen sprekend: België is een tweetalig land; in twee talen: een twee'talig opschrift; die universiteit is tweeta'lig.
Benieuwd hoe Ensie en Prisma digitale woordenboeken jouw lessen kunnen versterken?
Van Dale Uitgevers (1950)
[het accent wisselt], bn., twee talen sprekend: België is een tweetalig land; in twee talen: een twee'talig opschrift; die universiteit is tweeta'lig.
Wiktionary (2019)
tweetalig - Bijvoeglijk naamwoord 1. in twee talen, in twee talen kunnen spreken ♢ In Nederland zijn er steeds meer middelbare scholen die tweetalig onderwijs geven. Woordherkomst Samenstellende afleiding van twee en taal met het achtervoegsel -ig
Muiswerk Educatief (2017)
tweetalig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: twee-ta-lig 1. wie twee talen kan spreken ♢ kinderen die in twee verschillende landen opgroeien, zijn meestal tweetalig 2. in twee talen ♢ onze kinde...
M. J. Koenen's (1937)
bn. (met, in twee talen): een tweetalig land, b.v. België; tweetalige opschriften aan stations.
Jozef Verschueren (1930)
('twe:) bn. en bw. 1. in twee talen : -e opschriften. 2. waar twee talen gesproken worden : een land, zei een Frans deskundige, kan wél een land zijn met goede handelaars en hotelhouders, maar niet een land van denkers.
Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)
bn., twee talen sprekend: België is een tweetalig land: in de omgang twee talen gebruikend of kunnende gebruiken.
J.H. van Dale (1898)
Tweetalig - bn. België is een tweetalig land, waar twee talen gesproken worden; een tweetalig opschrift, in twee talen. TWEETALIGHEID, v.
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: