Wat is de betekenis van Tweede gezicht?

2024-06-15
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

tweede gezicht

(1937) (Barg.) gat, achterste. • Tweede gezicht: achterste. Zij kreeg flink op haar tweede gezicht. (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937) • En as te bliksem nam ie dat stuk ellende te graze en heit ie ’m z’n tweede gezicht toch hardstikke gloeiend geslage! (A. Mineur: Echt Rotterdamsch! Schetsen uit straat- en volksleven de...

2024-06-15
Lexicon van het bijgeloof

Walter Gerlach (2000)

Tweede gezicht

→Loensen.

2024-06-15
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

tweede gezicht

het vermogen van sommige mensen om dingen die veraf gebeuren, of in de toekomst nog moeten gebeuren, in hun geest levendig vóór zich te zien en mee te maken.

2024-06-15
Occult woordenboekje

D. van Veen Jzn. (1936)

Tweede gezicht

helderziendheid (spontane). Vooral in Schotland, Denemarken en Californië.

2024-06-15
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Tweede gezicht

(second sight). Het komt soms voor dat iemand in levendige en aanschouwelijke voorstellingen ziet plaatsvinden (heel vaak een ongeluk, een lijkstoet), wat zich naderhand in werkelijkheid afspeelt. Dit verschijnsel, in sommige streken zooals Westfalen zeer bekend, noemt men tweede gezicht of paragnostisch waakgezicht. Tenhaeff. Lit.: W. H. C. Tenhae...

2024-06-15
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Tweede gezicht

Het zintuiglijk waarnemen van dingen die in de toekomst zullen gebeuren. Als proscopie is het tweede gezicht object van onderzoek in de parapsychologie. LITT. W.H.C. Tenhaeff, De voorschouw (1960).