Wat is de betekenis van twee, waarvan een?

2024-02-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

twee, waarvan een

(19e eeuw) (Ned., horeca) twee sneetjes roggenbrood, waarvan één met kaas. • Twee, waarvan een, (rest.), twee sneedjes roggebrood, waarvan éen met kaas. (Taco H. de Beer en E. Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)