Wat is de betekenis van tuimeling?

2025-12-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Tuimeling

v. (-en), het tuimelen; buitelende val.

2025-12-11
Wielerwoordenboek

Fons Leroy en Wim van Rooy (2010)

tuimeling

tuimeling: valpartij, over de kop gaan met de fiets.

2025-12-11
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Tuimeling

s., tommeling, tûmeling.

2025-12-11
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Tuimeling

v. (-en), buitelende val: een tuimeling maken.

2025-12-11
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Tuimeling

Tuimeling - v. (-en), tuimelende val.

2025-12-11
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)