Wat is de betekenis van troetelen?

2026-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Troetelen

(troetelde, heeft getroeteld), liefkozen, koesteren, knuffelen: een kind, troetelen.

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-24
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

troetelen

troetelen - Werkwoord 1. (ov) iemand liefkozend knuffelen Zij worden niet getroeteld den dewijd [sic] zij in koude heuvelachtige omgevingen zijn, hebben zij een hard gestel.