Wat is de betekenis van troep?

2019
2022-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

troep

troep - Zelfstandignaamwoord 1. rommel, rotzooi Wat een troep is het hier! 2. groep 1. (militair) militairen, manschappen 2. : Hij viel met een troep van zo'n honderd soldaten op paarden dorpen binnen. ...

Lees verder
2018
2022-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

troep

troep - zelfstandig naamwoord 1. rommelige, vieze boel ♢ ruim je troep toch eens op! 2. groep mensen of dieren die bij elkaar horen ♢ de troepen van generaal Eisenhower trokken Europa binnen Zelfst...

Lees verder
2017
2022-01-26
Mark Nelissen

Professor emeritus in de gedragsbiologie.

troep

troep - Grote groep van primaten, groter dan een band.

1973
2022-01-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

troep

m. (—en), menigte, bende: een — jongens; (milit.) een aantal manschappen: de commandant van de —; (mv.) de gezamenlijke manschappen van een leger, de levende strijdkrachten: troepen in het veld brengen; gezelschap toneelspelers; (ongunstig) geheel van zaken of omstandigheden: het is er een saaie —; een vuile —, een vui...

Lees verder
1952
2022-01-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Troep

s., kliber, espel, keppel, binde, heap, ploech, trits; -je, trop, tropke (it).

1950
2022-01-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Troep

m. (-en), troepje, o. (-s), 1. menigte, aantal bijeenbehorende, althans bijeenzijnde personen of dieren (zonder bep. orde): een troep volk, nieuwsgierigen; een troep schapen; — (gemeenz.) een hele troep, een heleboel, ook van zaken; 2. gezelschap toneelspelers: welke troep speelt vanavond? — gezelschap muzik...

Lees verder
1937
2022-01-26
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

troep

m. -en; (Fr. troupe): 1. menigte, aantal, bende: een troep schapen, een troep ruiters; 2. in het mv. krijgsvolk, militairen: de generaal sprak tot de troepen; 3. toneelgezelschap: een troep toneelspelers; 4. bende, zooi: wat een troep! een zwijnentroep!

Lees verder
1933
2022-01-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Troep

Gebruikelijke naam voor een onder een volwassen verkennersleider (hopman) staande verkennerseenheid. De t. bestaat uit patrouilles. De naam is eveneens aangenomen voor hetzelfde begrip door jeugdbewegingen, die de padvindersorganisatiebeginselen hebben overgenomen.

1898
2022-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Troep

Troep - m. (-en), menigte, aantal: een troep volk, nieuwsgierigen; gezelschap tooneelspelers: welke troep speelt van avond?, gezelschap muzikanten; — krijgsvolk, militairen : de troepen in ’t veld brengen ; bij de troepen ingedeeld worden. TROEPJE, o. (-s).

Lees verder