Troef
v. (...ven), troefje, o. (-s), 1. kaarten van een bep. soort of kleur waarmee andere kaarten (in het spel) genomen of geslagen kunnen worden: ruiten, hartenvrouw is troef; — troef bekennen, een troefkaart bijspelen; — troef verzaken, een troefkaart niet spelen; geen troef verzaken (fig.), de gelegenheid tot v...