Wat is de betekenis van Triangulair?

1994
2021-05-11
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Triangulair

[Fr. triangulaire, van Vlat. triangularis] driehoekig.

1993
2021-05-11
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Triangulair

driehoekig

1973
2021-05-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

triangulair

[<Fr.], bn., samenhangend met een driehoek, b.v. triangulaire coördinaten.

1955
2021-05-11
vreemd

Vreemde woordenboek

Triangulair

driehoekig

1950
2021-05-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Triangulair

(<Fr.), bn., driehoekig; —triangulaire getallen, trigonale getallen.

1948
2021-05-11
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

triangulair

driehoekig; ~e getallen, o. mv. zie trigonaalgetallen.

1939
2021-05-11
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Triangulair

(< Lat. triangulus = Gr. = driehoek). Met den driehoek samenhangend. B.v. triangulaire coördinaten.

Lees verder
1916
2021-05-11
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Triangulair

Triangulair - op den driehoek betrekking hebbend. Triangulaire coördinaten = driehoekscoördinaten = homogene coördinaten in het platte vlak; zie ANALYTISCHE MEETKUNDE.

1898
2021-05-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Triangulair

Triangulair - bn. driehoekig.

1864
2021-05-11
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

triangulair

triangulair - bn. driehoekig

Gerelateerde zoekopdrachten