Wat is de betekenis van treffen?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

treffen

treffen - Werkwoord 1. (ov) raak schieten 2. (rcpq) bij elkaar komen Wij troffen elkaar in het restaurant. 3. (inerg) goed uitkomen Dat treft! Uitdrukkingen en gezegden ♦ een schikking treffen ...

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

treffen

treffen - onregelmatig werkwoord uitspraak: tref-fen 1. hem een klap, schot of stoot toebrengen ♢ de soldaat werd door een kogel getroffen 1. dat treft! [dat komt goed uit] ...

Lees verder
2017
2021-05-08
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Treffen

Treffen - wedstrijd.

1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

treffen

(trof, heeft getroffen), 1. raken bij slaan, werpen, schieten: een schoorsteen werd door de bliksem getroffen; (zegsw.) als door de bliksem getroffen staan, ontsteld; (fig.) overkomen: de zwaar getroffen ouders; 2. bereiken: het doel —, (eig.) raak schieten; ook fig.; de juiste toon —, aanslaan, zingen; (fig.) op de juiste wijze spreken...

Lees verder
1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Treffen

v., treffe, trof, troffen; trachten iem. te —, op immen rinne; dat treft mooi, dat spilet moai; het treft hem niet diep, it giet (by him) boppe it hert ôf, boppe-ôf.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Treffen

I. (trof, heeft getroffen), 1. raken door slaan of werpen, bep. om letsel toe te brengen, en zowel gezegd van de persoon die het doet als van het voorwerp waarmee het geschiedt: hij trof hem op het hoofd: zijn vuist trof hem in het gelaat; de kogel trof hem in de borst; ook absol.: zift gij niet getroffen ? — van de blik...

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Treffen

Het begrip treffen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. treffen - treffen - (trof, heeft getroffen), raken: hij trof hem op het hoofd ; de kogel trof hem in de borst; — als door den bliksem getroffen staan, ontsteld, sprakeloos ; — bereiken: het doel treffen; — (muz.) den juisten toon treffen, aanslaan, zingen ; (ook fig.) op...

Lees verder
1898
2021-05-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Treffen

zie Aandoen, zie Aangaan.