Wat is de betekenis van trappen?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Trappen

(trapte, heeft getrapt), 1. de voet op of in iets neerzetten, bep. met de gedachte dat dit onbedoeld, onopzettelijk geschiedt: in een hoop, in een plas, in een klem trappen; — (gemeenz.) niet in iets trappen? er niet invliegen, zich niet laten bedotten; — op of in een spijker, in een stuk glas trappen, z&oacu...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

trappen

1) (1915) (jeugd) voetballen. Vooral in de uitdrukking 'een balletje trappen'. • Als Eddy brutaal was, dan leerde hij dat op het A.F.C.-veld, als Eddy iets vergeten had, dan kwam dat, omdat ‘Eddy alleen nog maar aan trappen dacht’, als Eddy weinig zin aan werken had, dan moest-ie altijd hooren, dat hij niet lui was, als ie maar &ls...