2019-11-22

traject

traject - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) de af te leggen of afgelegde weg van een voorwerp door de ruimte

2019-11-22

Traject

Traject - o. (-en), overvaart; veer; afstand.

2019-11-22

traject

traject - zelfstandig naamwoord uitspraak: tra-ject 1. weg die wordt afgelegd ♢ op het traject Amsterdam-Haarlem is nog één tussenstation Zelfstandig naamwoord: tra-ject het traject de trajecten

2019-11-22

Traject

Traject - overvaart, verkeersweg.

2019-11-22

traject

traject - o. (trajecten), overvaart; veer; afstand (te water)

2019-11-22

traject

traject - o., overvaart, overtocht.

2019-11-22

traject

o. overvaart, overtocht; veer, af gelegde weg, afstand, gedeelte; baanvak.