Wat is de betekenis van Training?

2022
2022-07-02
vindpunt

Vindpunt.nl

training

(zelfstandig naamwoord) [alg.] oefenen, oefening, africhting - Pas na lang oefenen was hij zo vingervlug dat hij deze goocheltrucjes helemaal beheerste. - De africhting van circusvarkens schijnt snel te gaan, omdat varkens zeer intelligent zijn. [onderw.] opleiding; bijscholing, scholing - Na een korte opleiding tot opleider was hijzelf opleid...

Lees verder
2021
2022-07-02
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Training

Tijdens een training wordt er geoefend in een bepaalde vaardigheid. Training wordt vaak gebruikt in de sportwereld, maar het kan ook gaan om het verbeteren van een bepaalde vaardigheid. Mensen trainen om progressie te boeken of op een bepaald niveau te blijven. Daarbij is het belangrijk dat er een bepaalde regelmaat en systeem zit in de trainingen....

Lees verder
2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

training

training - Zelfstandignaamwoord 1. een oefening Kom je ook naar de training op zaterdag? 2. opleiding in een vaardigheid ik heb vandaag weer een managementtraining Woordherkomst Naamwoord van handeling van trainen met het achtervoegsel...

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

training

training - zelfstandig naamwoord uitspraak: tree-ning 1. het oefenen van een vaardigheid ♢ met voldoende training leer je wel met 10 vingers typen Zelfstandig naamwoord: tree-ning de training

Lees verder
2009
2022-07-02
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

training

(de; en) SP 1- het trainen of getraind-worden 2 - oefening, scholing

Lees verder
2008
2022-07-02
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

training

(de; -en) i sp - het trainen of getraind-worden. 2 SP - oefening, scholing

Lees verder
1999
2022-07-02
Begrippen over beroep en opleiding

Begrippen over beroep en opleiding

Training

Activiteiten rond training concentreren zich op het verwerven van de vaardigheden, kennis en attitudes, benodigd om voor het eerst een taak of functie te vervullen of om iemands prestaties in een bestaande taak of functie te verbeteren (Kessels, 1996). Zie simulator-training en training on the job.

1993
2022-07-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Training

oefening

1991
2022-07-02
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Training

De overdracht en oefening van vaardigheden en het ontwikkelen van lichamelijke geoefendheid, waarbij men andere psychomotorische vaardigheden kent dan men tot dusver gewoon was. Te onderscheiden zijn handvaardigheid, denkvaardigheid en gedragsvaardigheid. Training vereist lichamelijke inspanning en praktijkgerichtheid tijdens de leersituatie. Zie o...

Lees verder
1981
2022-07-02
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

training

[tree'ning], voorbereiding op bijzondere lichamelijke prestaties. Training behoort met volledige inzet te gebeuren, waarbij de sportman ook in zijn privé-leven en zijn beroep rekening moet houden met het sportieve doel dat hij wil bereiken, b.v. niet roken en geen alcohol drinken.

1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Training

v., het trainen, oefening, scholing; (sociale wetenschappen) methodiek voor het verbeteren van de sociale vaardigheid; (sport) oefeningen ter verbetering van de lichamelijke conditie, de techniek en de tactiek. SOCIALE WETENSCHAPPEN Training is een leeractiviteit waarbij oefeningen een belangrijker plaats innemen dan informatieverwerking. Een veel...

Lees verder
1955
2022-07-02
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Training

oefening, africhting

1951
2022-07-02
Engels

Woordenboek Engels (1951)

training

het trainen, opleiding, scholing, dressuur, oefening, africhting; leiding [v. ooftbomen]; be in training, zich trainen, opgeleid worden.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Training

v., het trainen, oefening.

1948
2022-07-02
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

training

(treeining) (Eng.) oefening, africhting.

1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Training

Training - v. africhting, dressuur.