Synoniemen van trainer

2019-11-20

trainer

Het begrip trainer heeft 6 verschillende betekenissen: 1) iemand die een ander of anderen begeleidt in het aanleren of verbeteren van bepaalde vaardigheden; iemand die een ander of anderen traint in een vaardigheid 2) handzaam modelvliegtuig dat vaak wordt gebruikt door beginnende hobbyisten 3) toestel dat dient om lichamelijke oefeningen op te doen; toestel om op te trainen 4) iemand die voor zijn beroep of ook wel uit liefhebberij een sportploeg of individuele sporter traint; iemand die een sp...

2019-11-20

trainer

(de; -s) SP - iem. die een individu, een groep mensen of een dier traint, syn. oefenmeester

2019-11-20

trainer

(de; -s) SP - iem. die een individu, een groep mensen of een dier traint.

2019-11-20

trainer

trainer - Zelfstandignaamwoord 1. (sport) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren Al na tien wedstrijden werd de trainer ontslagen. 2. apparaat of systeem waarmee men kan trainen Woordherkomst Afgeleid van trainen met het achtervoegsel -er Synoniemen coach, drilmeester

2019-11-20

trainer

trainer - zelfstandig naamwoord uitspraak: tre-ner 1. iemand die mensen oefent in een bepaalde sport ♢ de trainer bepaalt wie er mee mag spelen Zelfstandig naamwoord: tre-ner de trainer de trainers het trainertje

2019-11-20

trainer

trainer - m., africhter.

2019-11-20

trainer

(treeiher) (Eng.) m. . oefeningslelder; drilmeester; africhter van paarden.