Wat is de betekenis van trainer?

2020
2022-01-24
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

trainer

Het begrip trainer heeft 5 verschillende betekenissen: 1) iemand die anderen traint. iemand die een ander of anderen begeleidt in het aanleren of verbeteren van bepaalde vaardigheden; iemand die een ander of anderen traint in een vaardigheid. 2) sporttrainer. iemand die voor zijn beroep of ook wel uit liefhebberij een sportploeg of i...

Lees verder
2019
2022-01-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

trainer

trainer - Zelfstandignaamwoord 1. (sport) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren Al na tien wedstrijden werd de trainer ontslagen. 2. apparaat of systeem waarmee men kan trainen Woordherkomst Afgeleid van trainen met het achtervoeg...

Lees verder
2018
2022-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

trainer

trainer - zelfstandig naamwoord uitspraak: tre-ner 1. iemand die mensen oefent in een bepaalde sport ♢ de trainer bepaalt wie er mee mag spelen Zelfstandig naamwoord: tre-ner de trainer ...

Lees verder
2009
2022-01-24
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

trainer

(de; -s) SP - iem. die een individu, een groep mensen of een dier traint.

2008
2022-01-24
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

trainer

(de; -s) SP - iem. die een individu, een groep mensen of een dier traint, syn. oefenmeester

1993
2022-01-24
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Trainer

oefenmeester

1973
2022-01-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

trainer

[Eng.], m. (-s), 1. oefenmeester; 2. oefentoestel.

1955
2022-01-24
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Trainer

africhter, oefenmeester

1950
2022-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Trainer

m. (-s). hij die traint, africht.

1948
2022-01-24
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

trainer

(treeiher) (Eng.) m. . oefeningslelder; drilmeester; africhter van paarden.

1937
2022-01-24
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

trainer

m. -s; hij, die de oefeningen leidt; africhter. (ai = ee).

1933
2022-01-24
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Trainer

sportleeraar; iemand die sportbeoefenaars instrueert en bijstand verleent bij hun voorbereiding tot wedstrijden.