Wat is de betekenis van totok?

2022
2023-01-30
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

totok

(1875) (< Mal.) (Ned-Indië, scheldw.) volbloed Nederlander. • Wij Hollanders - ik bedoel nu niet de katjangs of die andere Indische lui, dat is een heel ander slag van volk - maar wij geboren tottoks, zooals ze in de Oost zeggen, wij hebben bijna allemaal iets houterigs als we ergens binnenkomen. (Tjeerd Flappuith: Toen ik Indisch stud...

Lees verder
2017
2023-01-30
Uit Oost en West

verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië

totok

totok [volbloed Hollander]. Javaans totok. Eigenlijk betekent het: onvermengd, bij uitbreiding: iemand van onvermengd (Hollands) bloed. Men is en blijft totok als men uit Holland is. Daardoor kon het woord dus zowel gebruikt worden voor wat men oudtijds noemde ‘baren’, in tegenstelling tot Euraziaat. Uit de voorliefde die men h...

Lees verder
1994
2023-01-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Totok

[Javaans] volbloed Europeaan (in voormalig Ned. Indië).

1993
2023-01-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Totok

volbloed Nederlander (Ind.); pas in Indonesië aangekomene

1955
2023-01-30
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Totok

Europeaan (Nederlander) in Indonesië.

1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Tòtòk

(Mal.), gemeensl. zn. (-s), (Ind.) volbloed Hollander ; Hollander die pas in Indië aangekomen is.

1949
2023-01-30
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Totok

(Javaans), oorspr. naam van (witte) zeeschelp, thans ook benaming voor blanken (niet in Indië geboren).

1948
2023-01-30
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

totok

(Ind.) m. volbloed Europeaan.

1937
2023-01-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

tòtòk

m. -s; O.-I. van ongemengd bloed; soms met de bijbet. baar; van Europeanen, zelden van Chinezen; onjuiste schrijfw. toto.

1937
2023-01-30
Pegasus

S. van Praag (1937)

totok

(Ind.). m. volbloed Europeaan in Indië.

1933
2023-01-30
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Totok

naam, door de inlanders in N.O.-I. aan een volbloed-Europ. gegeven.

1933
2023-01-30
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Totok

(Javaansch), naam van een zeeschelp, meestal wit van kleur, en vandaar ook benaming van Blanken, speciaal van hen, die niet in Indië geboren zijn. Volgens anderen beteekent het woord enkel: echt, van onvermengd ras. Vandaar, dat het ook van Chineezen gebruikt kan worden.

1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

totok

m. en v. (-s) [Mal.] O. I. persoon van ongemengd vreemde afkomst, volbloed Chinees, inz. volbloed Hollander, Hollandse. Tgst. indo.

Lees verder
1928
2023-01-30
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Totok

is een Javaans woord, dat „echt, zuiver, onvervalst” betekent. Zo noemt men In Nederlands Indië den volbloed Europeaan totok; — eigenlijk: blanda totok, raszuiveren Europeaan; in negatieven zin: vreemdeling, niet-Indiër.

1916
2023-01-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Totok

Totok - 1) Javaansch voor echt, onvervalscht; van zuiver bloed; vandaar in Indië gebruikelijk voor iemand, die pas uit Europa komt (eigenl.: blanda totok = echte Europeaan). — 2) plaats op N.-Celebes, bekend door de Mij. tot exploitatie van goudmijnen Totok. Het erts bevat niet zeer veel gouddeelen.

1914
2023-01-30
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

totok

totok - m., volbloed Europeaan in Ned.-Indië.

1906
2023-01-30
wink

Wink's vreemde woordenboek

Totok

vreemdeling in Indië.

1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Totok

Totok - m. en v. (-s), (Ind.) volbloed Hollander.