Wat is de betekenis van tot?

2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tot

tot - Voorzetsel tot - Voegwoord 1. geeft onderschikkend de voorwaarde waaronder de actie in de hoofdzin eindigt We wandelen verder tot het regent. Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: tote Oudernederlands: tuote Spreekwoorden ...

Lees verder
2018
2021-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

tot

tot - voorzetsel, voegwoord 1. niet verder dan ♢ ze liep met me mee tot de ingang 1. tot op zekere hoogte ben ik het met je eens [ik ben het gedeeltelijk met je eens] 2. dat is...

Lees verder
1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

tot

I. voorzetsel, 1. ter aanduiding van het gerichtzijn op: kopers — zich trekken; zich aangetrokken voelen iets — zich nemen, het nuttigen; 2. ter aanduiding van een bedoeling: iemands beschik- king staan; iemand iets — eer, — schande aanrekenen; 3. ter aanduiding van een gevolg: iets — gruis slaan; — voordeel zij...

Lees verder
1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Tot

conj., o(a)nt; praep., o(a)nt, oan...ta; (richting), ta; — zich nemen, nei jin nimme; — zichzelf komen, ta jinsels komme; — nog toe, oant nou ta, duslang.

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Tot

I. vz., 1. ter aanduiding van het punt waartoe een beweging loopt of een afstand of zaak zich uitstrekt, zonder verder te gaan : van hier tot daar; van mijn huis tot de brug ; de trein rijdt tot Amsterdam ; het water stond tot aan de ramen ; — bedelen, van deur tot deur, huis aan huis ; — van mond tot mond gaan, overal rondverteld worde...

Lees verder
1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

tot

I. vz.: 1. betrekking van plaatsrichting, nl. tot zekere grens: ik reis mee tot A’dam; reiken tot aan de borst; tot aan de top; tot boven de daken; tot op een cent; tot elke prijs; tot in de dood (getrouw); 2. van tijd: tot 1792; ik heb les van 10 tot 12; ik blijf tot Maandag; tot nu (of: nog) toe; 3. van doel: ik zeg dit tot uw best; iem. aa...

Lees verder
1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tot

Tot - vz. geeft eene beweging te kennen naar eene zekere grens van plaats of tijd, zonder verder te gaan : tot iem. gaan, komen ; tot 7 uur blijven , tot de brug, tot Amsterdam; tot en met Zaterdag; bedelen van deur tot deur, huis aan huis ; — van mond tot mond gaan, overal rondverteld worden; — tot hiertoe en niet verder ; — va...

Lees verder