Wat is de betekenis van topic?

2022
2022-12-01
vindpunt

Vindpunt.nl

topic

(zelfstandig naamwoord) thema, gespreksonderwerp; actuele kwestie

Lees verder
2020
2022-12-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

topic

Het begrip topic heeft 2 verschillende betekenissen: 1) onderwerp van gesprek. onderwerp van gesprek; iets wat centraal in de belangstelling staat. 2) onderwerp op een internetforum. onderwerp van gesprek op een internetsite; onderwerp op een internetforum. Ook gebruikt voor het gedeelte van een website waarin dat onderwerp behand...

Lees verder
2019
2022-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

topic

topic - Zelfstandignaamwoord 1. het onderwerp van gesprek Het topic van deze vergadering is duurzaamheid. Synoniemen onderwerp

Lees verder
2007
2022-12-01
logopedie

Logopedisch Lexicon

Topic

(o.), 1. onderwerp van een artikel of gesprek. 2. (taalk.) zinsdeel dat aangeeft waar de zin over gaat; ~ handhaving, conversatievaardigheid die inhoudt dat men het gespreksonderwerp kan handhaven.

Lees verder
1994
2022-12-01
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Topic

[Eng., van Gr. ta topika = beschouwingen waaruit men argumenten kan putten (titel van boek van Aristoteles), van topos = plaats, bewijsplaats] actueel onderwerp van gesprek, iets waar ieder over praat.

1993
2022-12-01
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Topic

onderwerp van gesprek

1973
2022-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Topic

[Eng.], v./m. (-s), onderwerp van gesprek: the topic of the day, het onderwerp waarover iedereen spreekt.

1951
2022-12-01
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

topic

onderwerp van gesprek, thema.

1950
2022-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Topic

(Eng.), v. (-s), onderwerp, vraag; the topic of the day, het onderwerp waarover iedereen spreekt.

1937
2022-12-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

topic

v. -s; Eng. onderwerp van gesprek: the topic of the day, waarover ieder spreekt.

1930
2022-12-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

topic

('tɔpik) v. (-s) [Eng.] onderwerp van gesprek. → the topic of the day.

1898
2022-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Topic

Topic - (Eng.), v. (-s), onderwerp, vraag : the topic of the day, het onderwerp waarover iedereen spreekt.