Wat is de betekenis van tong?

2024-02-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

tong

Het begrip tong heeft 3 verschillende betekenissen: 1) orgaan in de mond. week, beweeglijk orgaan in de mond van mens en dier dat gebruikt wordt om mee te eten en te proeven en dat voor mensen van belang is om mee te spreken. 2) ovale, roodbruine platvis. roodbruine, gevlekte platvis met een ovale vorm die leeft in de Noordzee, de Mi...

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

tong

tong - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) beweeglijk lichaamsdeel in de mond; wordt gebruikt bij het spreken, proeven, kauwen en slikken en het schoonhouden van het gebit De brutale jongen stak zijn tong uit naar de agent. 2. wat gesproken wordt De tong v...

2024-02-25
Ewoud Sanders woordenboeken

Ewoud Sanders (2019)

Tong

Tong is in de betekenis 'borrel' in 1933 voor het eerst gevonden, in de uitdrukking vurige tong. 'Een vurige tong moet ik hebben,' zo heet het ergens, 'ik lig hier te daveren van de koude.' Onlangs is deze borrel naam nog gesignaleerd in het oostelijk gedeelte van Noord-Brabant. Het ligt voor de hand dat de tong in verschillende uitdrukkingen in ve...

2024-02-25
Encyclopedie van de evolutiebiologie

Prof. Nico M. van Straalen (2019)

Tong

Meer of minder langwerpig plat orgaan in de mondholte van Tetrapoda met een functie bij de voedselverwerving, waarneming van geuren en smaakstoffen, vorming van geluiden en de thermoregulatie De tong (lingua of glossa) is kenmerkend voor terrestrische viervoeters. Vissen en larvale amfibieën hebben geen tong. Een tongachtig rasporgaan komt ook...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

tong

tong - zelfstandig naamwoord 1. orgaan in je mond, nodig voor spreken en proeven ♢ hij legde het pilletje op zijn tong 1. je tong uitsteken [handeling waarmee je iemand bespot] ...

2024-02-25
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Tong

In tongen spreken, in goddelijke extase in onverstaanbare taal iets belangrijks verkondigen. Het in tongen spreken is een gave van God, die onder meer plaatsvond toen de Heilige Geest over Jezus’ discipelen werd uitgestort tijdens het Pinksterfeest. Vgl. ook Handelingen 10:44-46, ‘Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op alle...

2024-02-25
Culinair van a tot z

Peter Joh. M. Zuidweg (2016)

tong

a. Zoutwaterplatvis (zie: Zeetong) b. Orgaanvlees en afkomstig van verschillende slachtdieren. Rundertong wordt tot de fijnere vleessoorten gerekend. Tong kan dienen als broodbeleg (= vleeswaar) of wordt gepocheerd bereid en opgediend met een fijne saus, zoals bijvoorbeeld Madeirasaus. ​

2024-02-25
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

tong

in: met de dikke tong: Hij spreekt, zooals men ’t te Amsterdam karakteristiek uitdrukt, met de dikke tong tot Bertha: ‘Bhleif hier!’ V. MAURIK5 140; over je tong kakken, je verraden: Jij houdt je waffel ... want als jij over je tong kakt, valt er een verschutting, SMIS2 47.

2024-02-25
Dokterswoordenboek

Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt (2010)

tong

Beweeglijk orgaan in de mond met veel spierweefsel. De tong is belangrijk voor spreken, kauwen en slikken, voor smaak en het schoonhouden van het gebit – en vanaf een bepaalde leeftijd ook voor tongzoenen. Op de bovenkant en zijkant zitten veel papillen, die ervoor zorgen dat je verschillende smaken (zoet, bitter, zout, zuur en umami) kunt proeven....

2024-02-25
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

tong

- niet op zijn tong gevallen zijn, niet op zijn mondje gevallen zijn. De drie zijn zeker niet op hun tong gevallen, ze hebben kabaal voor tien, maar Ludo kan er goed mee om. - BvL, 03-08-2002. - onder tong gesneden zijn, niet op zijn mondje gevallen zijn. - zijn tong inslikken, zijn woord breken. - zijn tong ingeslikt hebbe...

2024-02-25
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Tong

Het instrument van de taal heeft een geestelijke betekenis. Ziet men de eigen tong in een spiegel (zie ‘Spiegel’), dan geeft het onbewuste ons het advies om in een bepaalde situatie te zwijgen, in plaats van er vrolijk op los te kwebbelen. Zien we de tong van een andere persoon in een droom, dan zouden we aan de boze tongen in onze omge...

2024-02-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Tong

1. over de - kakken, slanguitdr. voor ‘kotsen, overgeven’. Vnl. jeugdtaal. 2. slikje - in, dan kan je buikspreken, stel je niet zo aan; zing maar een toontje lager. Bargoense uitdr., die wellicht ontleend is aan een vooroorlogs volkstoneelstuk.

2024-02-25
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

tong

De verwensing slik je tong in! betekent zoveel als ‘barst, ik minacht je’. Zij wordt gebruikt in geval van verontwaardiging en woede. Endt en Frerichs (1974:146) geeft de uitdrukking slik je tong in, dan kun je buikspreken! en merkt daarbij op “advies tot grotere terughoudendheid. ... Schijnt uit een der volkstoneels...

2024-02-25
Prisma van de symbolen

Hans Biedermann (1992)

tong

duidt als menselijk spraakorgaan ook vaak de spraak of de taal zelf aan: in vreemde tongen spreken betekent ‘vreemde talen spreken’, en tevens ‘xenoglossie’ (paranormale kennis van niet-aangeleerde vreemde talen). Met ‘hart en tong’ schiep volgens de Oudegyptische mythologie de god Pthah de wereld, d.w.z. met wij...

2024-02-25
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

tong

1. mondorgaan dat bijna geheel uit dwarsgestreept spierweefsel is opgebouwd, waardoor zij zeer beweeglijk is. Ze speelt een grote rol bij zuigen, slikken, spreken, spraakwaameming en fijnmaken van voedsel. Veel dieren gebruiken de tong bovendien om prooi te vangen (b.v. miereneter, groene boomkikvors, kameleon);2. een vis uit de familie der platvis...

2024-02-25
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

tong

In versch. uitdr., zegsw. die in de standaardt. niet (meer) voorkomen: onder de tong gesneden zijn, een goeie tong hebben, rad van tong zijn; niet op zijn tong gevallen zijn, niet op zijn mond gevallen zijn; - zijn tong inslikken, intrekken, zijn woord breken; - over de tong rijden, op de tong rijden; - zijn tong slaa...

2024-02-25
Biologische encyclopedie

G. Th. van Kempen (1974)

tong

orgaan bestaande uit spieren, aan de bovenkant met ruw slijmvlies. De tongwortel is door spieren bevestigd aan tongbeen, onderkaak en strotklepje; met tongriempje, een kleine slijmvliesplooi, aan de mondbodem. Functies: duwt spijzen tussen de kiezen en in keelholte; tast-, smaak- en spraakorgaan, ➝ papillen.

2024-02-25
ABC van de Hengelsport

Van Onck (1972)

Tong

Tong - Gemakkelijk van de andere platvis¬sen te herkennen (fig. 13) aan zijn ovale vorm. Wordt enkele ponden zwaar bij een lengte van 50—60 cm. Hoewel de tong in vrij grote hoe¬veelheden aan onze kust voorkomt, wordt hij niet zo erg vaak aan de hengel gevangen. Misschien door het feit, dat hij vooral ’s nachts aast. Er zijn echt...

2024-02-25
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

tong

(de, -en), (ook:) 1. nog niet ontplooid blad van enige planten, o.m. van pompoen en enige andere soorten van de Meloenfamilie( ) en van palmen. Het vlechtmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit de gespleten bast van de warimbo ( ) ( ), bepaalde al of niet gespleten lianen en de nog niet ontplooide bladeren (‘tongen’) van bepaalde palmsoort...

2024-02-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

tong

beweeglike orgaan in mond van mens en dier; spraakorgaan (mens); beestong as gereg; wat ooreenkoms het met tong; tongvis.