Wat is de betekenis van toneel?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

toneel

toneel - Zelfstandignaamwoord 1. een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek Het was maar een klein toneel, maar ze maakten er goed gebruik van. 2. kunstvorm die gebruik maakt van [1] om een publiek op een schouwspel te vergasten Het...

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

toneel

toneel - zelfstandig naamwoord uitspraak: to-neel 1. spel waarbij mensen voor een publiek een verhaal uitbeelden ♢ hij gaat bij het toneel 2. verhoging waarop mensen een spel opvoeren ♢ op het t...

Lees verder
2002
2022-12-04
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

toneel

Een toneel is een houten (zie hout (1)) stellage in openlucht; 1) een verhoogd speelvlak, o.a. in schouwburg, waarop voorstellingen (zie voorstelling (3)) worden gegeven voor toeschouwers; 2) het toneelbeeld, dit is de speelvloer met de decors, dat de plaats van handeling aangeeft; 3) deel van een bedrijf: een toneelstuk bestaat uit bedrijven; een...

Lees verder
2001
2022-12-04
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Toneel

Middelned.>: tanneel, tineel = houten stellage in openlucht. a. Een verhoogd (→) speelvlak o.m. in (→) schouwburg, waarop ten overstaan van toeschouwers (→) opvoeringen c.q. voorstellingen worden gegeven. b. Het (→) toneelbeeld, dit is het speelvlak met de decors, die de plaats(en) van handeling aangeven. c. Deel van een bedrijf: een toneelstuk bes...

Lees verder
1999
2022-12-04
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Toneel

Begin april 1597 kreeg een Engelse groep komedianten de vergunning om ongeveer veertien dagen lang de burgerij te vermaken met toneel en muziek. Tot 1610 kwamen Engelse acteurs nog een paar keer terug, in toenemende mate met 'Geestelijke Comedies’, zoals: Van een rijk man en Een Verloren Zoon. Daarna zou het onder een toenemende calvinis...

Lees verder
1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Toneel

tafereel; podium

1991
2022-12-04
Encyclopedie van de Zaanstreek

Zaanse encyclopedie (1991)

Toneel

Door de eeuwen heen hebben beroepsgezelschappen in de Zaanstreek gespeeld. Niet alleen gaven zij voorstellingen op kermissen, met een eigen theater of tent. maar ook in zalen, zoals De Waakzaamheid in Koog en De Jonge Prins in Wormerveer. Met de komst van theater De Speeldoos te Zaandam (1970) is er in de Zaanstreek een regelmatig aanbod van kwalit...

Lees verder
1990
2022-12-04
BDI

BDI terminologie

toneel

genre van literair werk dat bedoeld is om als toneelstuk opgevoerd te worden. - drama.

Lees verder
1985
2022-12-04
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

TONEEL

aanvankelijk waren het de rederijkerskamers, die toneeluitvoeringen voor hun rekening namen, maar regelmatig greep de overheid in omdat zij zich met de politiek en .godsdiensttwisten gingen bemoeien. Zo werd De Roos van Jericho, in 1594 in Oudenbosch opgericht, in 1560 door markies Jan IV van Bergen op Zoom ontbonden „om sekere merckelijke re...

Lees verder
1985
2022-12-04
Oosthoek1985

Oosthoek Encyclopedie

Toneel

o., alles wat met theater en toneelspelen verband houdt. (e) In het begin van de jaren tachtig waren de alternatieve theatergroepen uitgekeken op experimenten in de marge (ook wel fringe genoemd). Met de opheffing van de toneelgroep Proloog in 1982 kwam er een einde aan het politieke strijdtoneel. Het werken in theatercollectieven, een verw...

Lees verder
1981
2022-12-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

toneel

1. speelvlak voor theateropvoeringen in een besloten of een vrije ruimte. In de Middeleeuwen nam men genoegen met planken die over enkele vaten waren gelegd; 2. een soort spel dat gebaseerd is op het uitbeelden van andere figuren en karakters. Het toneel heeft een cultische oorsprong. Bij de Grieken heeft het zijn ontstaan te danken aan de verering...

Lees verder
1980
2022-12-04
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Toneel

Dat het woord toneel samenhangt met het werkwoord tonen lijkt wel zeer voor de hand te liggen. Op het toneel immers wordt ons allerlei vertoond. Toch is deze verwantschap slechts schijn. De wetenschap die zich bezighoudt met de afleiding der woorden, kan dat bewijzen. Er bestaat een oud woord taneel dat: stellage, getimmerte betekende. Dit taneel i...

Lees verder
1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Toneel

[Middelned. tanneel, getimmerte in de openlucht], o. (-nelen), 1. plaats, podium in een schouwburg waar een toneelstuk wordt opgevoerd; (fig.) van het toneel verdwijnen, weggaan, niet meer gezien worden in een bepaalde kring; iets ten tonele voeren, het vertonen, opvoeren; 2. datgene wat op een toneel te zien is, de decors e.d., vandaar: de plaats...

Lees verder
1972
2022-12-04
OHS1

Oosthoek Encyclopedie supplement

Toneel

o. (-nelen), 1. podium in een schouwburg waar een toneelstuk wordt opgevoerd; 2. alles wat met theater en toneelspelen verband houdt ©. © In het begin van de jaren zestig werd de eerste aanzet tot een ‘nieuw toneel’ zichtbaar. De Britse regisseur P.Brook beschreef zijn onbehagen over de maatschappelijke rol van het toneel in...

Lees verder
1958
2022-12-04
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

TONEEL

Tot 1930. Pas in de laatste jaren voor de hervorming is er sprake van rederij kersT. in Lwd. en Bolsward. Van 1590 af strijden kerkelijke instanties voortdurend tegen het optreden van de Franeker studenten en van rondreizende uitheemse gezelschappen. Jan Starter leidde in het begin van de 17de eeuw de Leeuwarder kamer, och mocht het rysen.Een eeuw...

Lees verder
1955
2022-12-04
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

TONEEL

is uit de godsdienst ontstaan (zie Drama).

1952
2022-12-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Toneel

s.n., toaniel (it).

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Toneel

o. (tonelen), 1. getimmerte waarop een schijnvertoning ten vermake van een publiek wordt opgevoerd ; thans de plaats, de estrade in een schouwburg waar zulks geschiedt : het toneel is 12 meter breed ; het toneel betreden, verlaten ; links op het toneel ; — (fig.) van het toneel verdwijnen, weggaan, niet meer gezien worden in zekere kri...

Lees verder
1949
2022-12-04
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Toneel

gedeelte van schouwburg, bestemd voor de opvoering van dramatisch werk, van ballet e.d.

1947
2022-12-04
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Toneel

Het toneelspel vertoont twee aspecten: enerzijds de schepping van de kunstwerken zelf, die op een toneel kunnen worden opgevoerd, anderzijds de uitvoering, de middelen dus, waarmede een toneelspeler of een groep spelers het kunstwerk op het toneel realiseert. Voor de toneelkunst als onderdeel van de literatuur z drama. Hier zal dus slechts d...

Lees verder