Wat is de betekenis van Tol?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tol

tol - Zelfstandignaamwoord 1. een voorwerp dat om zijn as draait -> draaitol 2. (speelgoed) een kinderspeeltuig dat met een zweepje tot draaiing gebracht wordt -> zweeptol 3. een plaats die men slechts tegen betaling voorbij mag gaan 4. geld dat bij een tol geheven wordt Verwante begrippen diabolo, jojo

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

tol

tol - zelfstandig naamwoord 1. speelgoed in de vorm van een kegeltje met een punt onderaan ♢ als je de tol laat draaien, krijgt hij een grote snelheid 2. geld dat je moet betalen om over een weg of brug te mogen ...

Lees verder
1998
2021-01-20
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Tol

de - der natuur betalen eufemisme en slang voor ‘sterven’. Vgl. het tijdige/tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Vgl. ook Frans payer son tributci la nature.

Lees verder
1990
2021-01-20
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

tol

tol - Speelgoed dat meestal de vorm heeft van een omgekeerde kegel of peer of dat is gefacetteerd met een punt waarop het aan het draaien kan worden gebracht.

1985
2021-01-20
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

TOL

het tolgeld heffen op wegen, waarvoor ook speciale tolhuizen werden opgericht; zie: Barrières.

1982
2021-01-20
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

TOL

1. Gehucht aan de → Liniedijk ten zuiden van Waterlandkerkje; nu gemeente Oostburg (W.Z-V1.). 2. Gehucht tussen Schoondijke en Sasput, gemeente Oostburg.

Lees verder
1981
2021-01-20
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

tol

1. doorgangsgeld. Van oudsher bestonden er zekere rechten om tolgeld te heffen wanneer iemand een bepaalde openbare weg wilde gebruiken. In ons land zijn thans al deze oude tollen opgeheven. Bij de grote, kostbare bruggen tussen de Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden, die in het kader van de Delta-werken verwerkelijkt zijn, is bij de ingebruikneming...

Lees verder
1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

tol

m. (-len), 1. kinderspeeltuig, gewoonlijk kegel- of paddestoelvormig, dat met een zweep, koord of anderszins in beweging gebracht en/of wordt gehouden (e): drijftol; priktol; zegsw.: als een (in de rondte) draaien; het hoofd draait mij als een —, ik ben duizelig, (ook) mijn hoofd loopt om van de drukte; 2. (natuurkunde) omwentelingssymmetrisc...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Tol

I. m. (-len), 1. geld dat men betalen moet (voor zich of voor goederen die men meevoert) om een bep. gebied te mogen betreden of passeren, cijns, recht; thans inz. belasting voor het gebruik van wegen, kanalen enz.; — (fig.) cijns: de tol der natuur of aan de natuur betalen, sterven; — tol aan Neptunus betalen, zeez...

Lees verder
1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Tol

In mechanischen zin, wordt genoemd elk willekeurig vast lichaam, dat op eenigerlei wijze om een vast punt in de ruimte wentelt. Zijn er twee zulke punten, dan is ook hun verbindingslijn vast en alle punten, die niet op deze lijn, de as liggen, bewegen zich daaromheen in cirkelbanen, wier middelpunten op de as liggen. De straal van zulk een cirkel b...

Lees verder
1928
2021-01-20
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Tol

is het woord voor een heffing voor het gebruik van land- of waterwegen of bruggen. Het heffen van tolgelden geschiedde reeds bij de Romeinen; van hen namen de Germaanse volken het over. Naar verluidt, zou Graaf Dirk III van Holland bij Dordrecht van de voorbijgaande schippers tolgeld geëist hebben. Oorspronkelijk was de tol bedoeld als vergoed...

Lees verder
1898
2021-01-20
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Tol

zie Belasting.

1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tol

Het begrip tol heeft 3 verschillende betekenissen: 1. tol - tol - m. (-len), doorvoer-, invoer-, uitvoerrecht; plaats waar men tol betalen moet, tolhuis : ik zal u tot aan den tol vergezellen; — (fig.) cijns : den tol der natuur betalen, sterven; hij heeft tol gegeven (van een zieke gezegd), hij is erg afgevallen. 2. tol - tol - m. (-len),...

Lees verder