Wat is de betekenis van Toezicht?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

toezicht

toezicht - Zelfstandignaamwoord 1. in de gaten houden, letten op Woordherkomst samenstelling van toe en zicht Verwante begrippen bewaking, controle, opzicht, supervisie, verificatie

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

toezicht

toezicht - zelfstandig naamwoord uitspraak: toe-zicht 1. erop letten om te kijken of het goed gaat ♢ de politie hield toezicht op het verkeer 1. onder toezicht staan [in de gaten gehouden worden]...

Lees verder
2017
2021-05-08
Rijksoverheid

Begrippenkader rijksinspecties

Toezicht

Toezicht is het verzamelen van de informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. Bovenstaande definitie komt voor in de achtereenvolgende Kaderstellende Visies op Toezicht. Deze definitie is overgenomen v...

Lees verder
2001
2021-05-08
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Toezicht

De overheid groeit al meer dan een eeuw. Exponentieel. Deze versnelling komt mede tot stand via de risico-regelreflex. Nadat er ergens iets mis is gegaan, komen er nieuwe regels, die moeten voorkomen dat dit nog een keer gebeurt. Op de naleving van deze regels moet dan weer toezicht worden gehouden en zo krijgen we al maar meer toezichthouders, al...

Lees verder
1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

toezicht

o., hoede, zorg, controle (e); (recht) raad van — en discipline, college van zes advocaten, dat belast is met het toezicht op de advocaten in een arrondissement; raad van —, bij sommige vennootschappen het college van commissarissen. (E) STRAFRECHT. In Nederland is in geval van voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheids...

Lees verder
1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Toezicht

s., ta(for)sjoch (it), regaed (it); — houden, tasjen.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Toezicht

o., 1. (veroud.) aandacht, oplettendheid: hier had zijn toezicht menigmaal een vijand voorgekomen (Bilderdijk); 2. (veroud.) voorzichtigheid, omzichtigheid; 3. het waken dat een persoon of zaak zich gedraagt of bevindt, dat een handeling geschiedt, overeenkomstig een bep. norm; hoede, zorg, contrôle: het toezicht over de gemeenten e...

Lees verder
1933
2021-05-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Toezicht

(opvoedk.) is een noodzakelijk middel tot opvoeding. De opvoeder moet weten, wat er in het algemeen en bijzonder gebeurt, en het kind moet overtuigd zijn, dat hem niets ontgaat. De beste vorm van t. bestaat in den ongedwongen omgang in levens- en arbeidsgemeenschap. Het is noodzakelijk naarmate de kinderen nog klein zijn, talrijk of aan meer gevare...

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Toezicht

Toezicht - o. het toezien; opzicht: toezicht uitoefenen; onder toezicht staan; — bewaking, zorg : het toezicht hebben over; — (recht.) raad van toezicht en discipline, het in elk arrondissement bestaand college van zes advocaten, dat belast is met de zorg voor de eer van den stand der advocaten en toezicht houdt over hunne handelingen;...

Lees verder