Wat is de betekenis van toevallig?

2024-06-17
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-17
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

toevallig

toevallig - Bijvoeglijk naamwoord 1. bij toeval , niet met opzet Woordherkomst afgeleid van toeval met het achtervoegsel -ig Verwante begrippen incidenteel, stochastisch, bij toeval, toevalligerwijze

2024-06-17
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

toevallig

toevallig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: toe-val-lig 1. door een samenloop van omstandigheden ♢ ik heb hem toevallig ontmoet 2. zoals het nu eenmaal is ♢ toevallig ben ik de sterkste...

2024-06-17
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

toevallig

onvoorsiens.

2024-06-17
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Toevallig

adj. & adv., tafallich.

2024-06-17
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Toevallig

bn. bw. (-er, -st), 1. niet-bedoeld, onvoorzien, bij toeval optredende: een toevallige ontmoeting; door een toevallige omstandigheid; — als bw.: toevallig treft het zo, dat de buren tegelijk met mij vertrekken; ik zag hem toevallig; — bepaaldelijk: zonder reden, onopzettelijk: een toevallig praatje; 2....

2024-06-17
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

toevallig

bn., bw.; bij toeval, onverwachts: een toevallige ontmoeting; ik zag hem toevallig.

Wil je toegang tot alle 11 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-17
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

toevallig

(toe'vallәch) bn. en bw. (-er, -st) bij toeval: een -e ontmoeting; ik zag hem -.