Toestand
m. (-en), 1. wijze van zijn, gesteldheid, staat, stand; (van personen) onzekerheid is de pijnlijkste van alle toestanden; de toestand van de zieke is redelijk; in gezegende toestand verkeren, zwanger zijn; in toepassing op de omstandigheden waarin iem. verkeert: de toestand der landarbeiders was weinig rooskleurig; (van zaken) de t...