Wat is de betekenis van TOD?

2020
2022-10-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

tod

vod. waardeloze, veelal gescheurde en smerige, lap; lor; lomp; vod. Voorbeelden: 'Verneem dan,' zo lees ik in een tot jou gerichte verjaardagswens die je in je bundel opnam, dat er onder voorwaar niet de slechtsten van je getrouwenschaar' wezens zijn, nietelingen, die uit overdreven angst om hun aardse tabernakel te ve...

Lees verder
2018
2022-10-04
Arbeidsgeneeskunde

Arbeidsgeneeskunde

TOD

Total Oxigen Demand. Een maat voor de hoeveel vuil in afvalwater. Wordt bepaald door de thermische verbranding van de afvalstoffen bij hoge temperatuur.

2017
2022-10-04
Politie

Jargon & Slang van Politieagenten en rechercheurs

TOD

TOD - Technische Opsporingsdienst. De specialisten van de TOD (technische recherche) beginnen met het veilig stellen van sporen. - Nieuwe Revu 13.7.1989

1973
2022-10-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Tod

v./m. (-den), oude lap, lomp, vod.

1951
2022-10-04
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Tod

dood, overlijden; umsonst ist der Tod, niets voor niets; am Tode liegen, op sterven liggen; auf den Tod krank sein, doodziek zijn; auf den Tod verwundet, dodelijk gewond; das ist mir in den Tod verhaßt, dat haat ik met dodelijke haat; mit Tode abgehen, sterven; sich zu Tode erschrecken, zich dood schrikken; zu Tode hetzen, doodjakkeren, doodj...

Lees verder
1950
2022-10-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Tod

v. (-den), TODDE, v. (-n). 1. waardeloze lap, lor, lomp, vod: oude todden; 2. (scherts, of min.) kleding, kleren: hij zat zo fijn in de todden; 3. prul, waardeloze zaak: op de schrijftafel zag men allerhande todden (Kneppelhout); 4. slordige, onzindelijke, luie vrouw: die tod! ze is te vies om aan te raken.

Lees verder
1930
2022-10-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

tod

(tot) v. (-den; -detje) lomp, vod, prul.

1898
2022-10-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tod

Tod - (-den), TODDE, v. (-n), lomp, vodde, prul, lor. TODJE, TODDETJE, o. (-s).