Wat is de betekenis van tijdperk?

2020
2022-05-20
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

tijdperk

Het begrip tijdperk heeft 2 verschillende betekenissen: 1) begrensde, historische periode. begrensde, lange periode in een tijdrekening of jaartelling die men als een eenheid beschouwt op grond van kenmerkende ontwikkelingen, gebeurtenissen of gedachtegoed; historische periode die als een eenheid wordt beschouwd. 2) lange, niet-stelselge...

Lees verder
2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tijdperk

tijdperk - Zelfstandignaamwoord 1. een begrensde en als eenheid beschouwde tijd In welk tijdperk leefden de dinosauriërs ook al weer? Woordherkomst samenstelling van tijd en perk Synoniemen era, periode

Lees verder
2018
2022-05-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

tijdperk

tijdperk - zelfstandig naamwoord uitspraak: tijd-perk 1. periode waarin je de geschiedenis kunt verdelen ♢ dat komt nog uit het stenen tijdperk Zelfstandig naamwoord: tijd-perk het tijdperk ...

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Tijdperk

o. (-en), begrensde tijd van bepaalde duur, die met het oog op een bepaald kenmerk als eenheid wordt beschouwd.

1952
2022-05-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Tijdperk

s.n., tijdrek (it), -romte, rite; het bronzen —, de brûnstiid.

1950
2022-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Tijdperk

o. (-en), begrensde tijd van zekere duur, die met liet oog op) een bepaald kenmerk als eenheid wordt beschouwd.

1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

tijdperk

o. tijdperken (tijdvak; inz. afdeling der geschiedenis): het tijdperk der Franse revolutie.

1933
2022-05-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Tijdperk

(geol.), Stratigraphie.