2020-04-05

Tierelier

1. -(e), slang voor ‘dronken’. Syn. blauw; in de olie; kachel; s(j)ik(ker); teut. Maar wij zijn niet snik. Wij zijn tierelier! (Jos Brink: Laat mij maar schuiven, 1988) 2. als een - gaan/lopen/verkopen enz., erg vlot, zeer goed, heel makkelijk gaan, lopen, verkopen enz. Tierelier is een wat archaïsch woord, eigenlijk gevormd als klanknabootsing om het geluid van gezang weer te geven. Het verrichten van een werkzaamheid gaat altijd beter bij het zingen van een vrolijk deuntje. Ik zou tien jaar...

2020-04-05

tierelier

tierelier - Zelfstandignaamwoord 1. woord zonder eigen betekenis, alleen in de vaste combinatie [...] als een tierelier, wat betekent dat iets probleemloos verloopt. Woordherkomst Vervorming van lier (muziekinstrument)