Synoniemen van Teut

2019-11-23

Teut

slang voor ‘dronken, aangeschoten’. Wellicht van een gewestelijk woord voor ‘ver- sufd’. Het WNT vermeldt al een vindplaats in een klucht uit 1665. Een gabber was zó teut... (Jan Mens: Er wacht een haven,1950) Ach, jij, je bent hartstikke teut, zei ze. (Jan Wolkers: Gesponnen suiker, 1963) Ik ben zelf teut maar niet zo teut of ik kan mijn vriend Ebbo Hartman, de componist Ebbo Hartman, door deze grauwe jungle van bedden en schimmen nog naar zijn krib begeleiden. (Theun de Vries: Wieke...

2019-11-23

Teut

Teug is in 1900 aangetroffen in Oost-Vlaanderen. Een dialectwoordenboek geeft als voorbeeldzin: 'Ik ga met der haast 'nen grooten teut pakken.' De oorspronkelijke betekenis van teut is 'teug'. Men zei teuten voor 'drinken, zuipen' en teuter voor 'drinker'. Zoals bekend wordt teut tegenwoordig in de eerste plaats gebruikt voor 'dronken, beschonken'.

2019-11-23

teut

Lichtjes dronken. Het WNT citeert ‘Coli Compas of de klucht van Ian Tryntiens en Duyfie’ (tweede dr. 1665). In het ‘Spreekwoordenboek’ van Tuinman lezen we: ‘Hy is teut. Dit zegt men van ymand, die beschonken is. Dit tuet zal zyn van teuteren, tateren, hakkelen. De dronkenschap belemmert de tong.’ Teuten is gewestelijk voor: talmen, lijzig praten. In Antwerpen zegt men ‘tuut als een achterdeur’ (stomdronken). Bij Cornelissen & Vervliet heeft teut ook de betekenis van ‘afgem...

2019-11-23

Teut

zie Tuisco.