Wat is de betekenis van Terrein?

2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

terrein

terrein - Zelfstandignaamwoord 1. een stuk grond van enige omvang Jullie mogen niet op andermans terrein komen! 2. een onderwerp waarmee men zich bezighoudt Sorry, maar dat is niet mijn terrein. Verwante begrippen akker, gebied, land, v...

Lees verder
2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

terrein

terrein - zelfstandig naamwoord uitspraak: ter-rein 1. gedeelte van het land, stuk land ♢ de camping lag op een heuvelachtig terrein 1. hij begaf zich op gevaarlijk terrein [zei dingen waarmee hij...

Lees verder
1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

terrein

[→Fr.], o. (-en), 1. grondoppervlak, stuk grond: het bij het huis behorend een bedekt —, waarvan het uitzicht beperkt is door bebouwing of beplanting; 2. grondgebied: de club speelde op (haar) eigen —; — winnen, succes hebben; 3. (fig.) gebied waarop men zich beweegt of enige competentie heeft: hier komen wij op geheel ande...

Lees verder
1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Terrein

(<Fr.), o. (-en), 1. grondoppervlak, stuk grond: een open terrein, waarvan het uitzicht niet belemmerd is; een bedekt terrein, waarvan het uitzicht beperkt is door bebouwing of beplanting; een bebouwd, een onbebouwd terrein; een doorsneden terrein, als er rivieren, kanalen, sloten enz. door lopen; 2. grondgebied waar men of...

Lees verder
1914
2021-01-21
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

terrein

terrein - o., grond, aardbodem;plek gronds.

1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Terrein

Terrein - o. (-en), stuk grond ; een open terrein, waarvan het uitzicht niet belemmerd is; — een bedekt terrein, waarvan het uitzicht beperkt is door bebouwing of beplanting, door bosschen enz.; — een bebouwd, een onbebouwd terrein, waarop al of niet gebouwen staan; — bouwterrein te koop, grond om bebouwd te worden; — (fi...

Lees verder
1864
2021-01-21
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

terrein

terrein - o. (terreinen), grond, bodem; (fig.) gebied; kom niet op mijn terrein, bemoei u niet met hetgeen aan mij is opgedragen; het terrein der wetenschap, de wetenschap met al wat op haar betrekking heeft

Lees verder