Wat is de betekenis van terrein?

2024-05-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-20
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

terrein

terrein - Zelfstandignaamwoord 1. een stuk grond van enige omvang Jullie mogen niet op andermans terrein komen! 2. een onderwerp waarmee men zich bezighoudt Sorry, maar dat is niet mijn terrein. Verwante begrippen akker, gebied, land, v...

2024-05-20
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

terrein

terrein - zelfstandig naamwoord uitspraak: ter-rein 1. gedeelte van het land, stuk land ♢ de camping lag op een heuvelachtig terrein 1. hij begaf zich op gevaarlijk terrein [zei dingen waarmee hij...

2024-05-20
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

terrein

- op het terrein, in de praktijk, in het veld.

2024-05-20
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

terrein

stuk grond; plein; gebied, sfeer.

2024-05-20
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Terrein

s.n., terrein (it); (fig.), gebiet (it), mêd (it). tersluiks, adv., tomûk, toglûp, yn ’t gnyp, ûnderdúms, ûnderdúmkes wei.

2024-05-20
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Terrein

(<Fr.), o. (-en), 1. grondoppervlak, stuk grond: een open terrein, waarvan het uitzicht niet belemmerd is; een bedekt terrein, waarvan het uitzicht beperkt is door bebouwing of beplanting; een bebouwd, een onbebouwd terrein; een doorsneden terrein, als er rivieren, kanalen, sloten enz. door lopen; 2. grondgebied waar men of...

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-20
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

terrein

o. terreinen, terreintje (Fr. terrain [Lat. terranum]: 1 vlakte gronds, veld, stuk gronds; 2 fig. gebied): 1. een open, vlak terrein; een terrein afbakenen; 2. gij komt op mijn terrein; terrein verliezen, winnen; op bekend, op gevaarlijk terrein zijn.