Wat is de betekenis van termijn?

2020
2021-09-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

termijn

Het begrip termijn heeft 3 verschillende betekenissen: 1) begrensde periode die voor iets geldt. begrensde periode met een doorgaans vooraf vastgestelde duur die voor zekere zaak, het gebeuren of verrichten van iets geldt, of die maximaal mag of minimaal moet verlopen voor het plaatsvinden van iets. 2) toekomstige leveringsperiode. p...

Lees verder
2019
2021-09-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

termijn

termijn - Zelfstandignaamwoord 1. een vast tijdstip waarop iets gaat gebeuren of iets gebeurd moet zijn Daar is een termijn voor gesteld. 2. een begrensde tijdruimte waarin iets moet gebeuren Je hebt een termijn van 11 uur. 3. een gedeelte van...

Lees verder
2018
2021-09-21
Algemene economische basisprincipes

Algemene economische basisprincipes

Termijn

Periode. Onderscheid wordt gemaakt in korte termijn: vaste kosten zijn niet beïnvloedbaar of lange termijn: ook vaste kosten zijn variabel.

2018
2021-09-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

termijn

termijn - zelfstandig naamwoord uitspraak: ter-mijn 1. tijdstip waarop iets af moet zijn ♢ voor het invullen van het formulier staat een bepaalde termijn 1. op termijn [over een tijdje]...

Lees verder
1997
2021-09-21
Bijbelse eponiemen

Dr. Apeldoorn en Dr. Beijer

Termijn

Een bepaalde periode die niet overschreden mag worden: belasting moet je dikwijls in termijnen betalen. Het woord is afkomstig van de Romeinse god Terminus, de god van de grensstenen. De Romeinen brachten offers bij de dichtstbijzijnde grenssteen om kwade krachten te weren. Zo’n grenssteen was meestal een simpele opstaande ruwe steen met een...

Lees verder
1994
2021-09-21
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Termijn

[Lat. terminus; zie term] 1 tijdruimte, bep. tijdvak waarin iets moet geschieden of waarna iets ophoudt; 2 deel van een schuld dat vóór of op een bep. dag afgelost moet worden; 3 begrensd gebied dat aan bep. bedelmonniken is toegewezen voor een jaarlijks te houden bedeltocht; die bedeltocht...

Lees verder
1991
2021-09-21
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Termijn

Een bepaalde, veelal voorafgestelde, begrensde tijdsruimte die voor een zekere zaak (het geschieden of verrichten van iets) geldt. De wet schrijft vele termijnen voor; daarnaast zijn ze ook te vinden in overeenkomsten en andere rechtshandelingen.

1981
2021-09-21
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

termijn

1. vastgesteld tijdstip, ook de tijdsruimte tot aan dat tijdstip: de belastingen moet men binnen een bepaalde termijn betalen; 2. op termijn gaan van een bedelbroeder betekent dat hij op een geregelde tijd en in een bepaald gebied wordt uitgezonden om te bedelen.

Lees verder
1973
2021-09-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

termijn

[→Fr.], m. (-en), 1. vooraf vastgesteld tijdstip waarop iets zal of moet geschieden of geschied moet zijn; 2. begrensde tijdsruimte waarbinnen iets moet gebeuren: de — om in hoger beroep te gaan is veertien dagen; op korte, op lange —, binnen korte, resp. na langere tijd (van nu af); 3. (termijnhandel) het vooraf vastgestelde tij...

Lees verder
1955
2021-09-21
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Termijn

tijdruimte; bepaald tijdvak, dag, waarop een tijdvak, waarbinnen iets betaald moet worden, afloopt; termijnhandel: handel, waarbij de levering van het gekochte niet terstond moet plaatshebben, maar binnen een bepaalde tijd.

1952
2021-09-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Termijn

s., termyn.

1950
2021-09-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Termijn

(<Fr.), m. (-en), 1. bepaald, in ’t bijz. vooraf vastgesteld tijdstip waarop iets zal of moet geschieden of geschied moet zijn : in bestekken van bouwwerken worden gewoonlijk termijnen vastgesteld, waarop bepaalde gedeelten van het werk moeten worden opgeleverd; 2. begrensde tijdsruimte, tijdperk of periode van bep. duur, inz...

Lees verder
1948
2021-09-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

termijn

m. tijdruimte; bepaald tijdvak, dag, waarop of tijdvak, waarbinnen iets moet plaats vinden.

1939
2021-09-21
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Termijn

Uitvinding van schuldeisers.

1933
2021-09-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Termijn

(recht) is een toekomstige gebeurtenis, welke zeker zal intreden (bijv. iemands dood of het verschijnen van een bepaalden datum), waardoor de tijd, gedurende welken de uitvoering eener verbintenis kan worden gevorderd, beperkt wordt. Men onderscheidt aanvangs- en eind termijnen. Een aanvangstermijn is aanwezig, wanneer het recht op de uitvoering e...

Lees verder
1916
2021-09-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Termijn

Termijn - tijd, die moet worden in acht genomen, b.v. termijn van dagvaarding, van opzegging eener dienstbetrekking, van betaling of levering (zie TIJDSBEPALING). Ook hetgeen op bepaalde tijden moet worden betaald; b.v. de termijnen eener aannemingssom.

1910
2021-09-21
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Termijn

Termijn - tijdstip, uiterst oogenblik, waarop iets geschieden moet, vastgestelde tijd, na verloop waarvan het verrichten van iets te laat zou zijn. In rechtzaken heet de dag, waarop een zaak op de rol gebracht is en zal behandeld worden, de termijn. In geldzaken de dag, waarop een schuld of een gedeelte van een schuld moet betaald worden ; men spre...

Lees verder
1898
2021-09-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Termijn

Termijn - m. (-en), bepaald tijdsverloop; (ook) dag waarop dit eindigt; (ook) gedeeltelijke betaling : in of bij termijnen af te doen, bij bepaalde gedeelten af te betalen (eene geldsom); men kan de belasting in 10 termijnen betalen; — bedrag van zulk een gedeelte: hij is nog twee termijnen achter; —, (recht.) bepaalde dag (om te pleit...

Lees verder
1870
2021-09-21
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Termijn

Termijn (terminus) was bij de Romeinen het einde van juridieke handelingen. Men vindt dat begrip reeds in de „Wet der twaalf tafelen”. In het nieuwere regt beteekent dat woord eene tijdsbepaling, die bij zekere regtshandelingen moet worden in acht genomen. Het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering geeft dan ook de termijnen aan, waaraan men bij he...

Lees verder