Wat is de betekenis van Tering?

2022
2023-01-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

tering

1) (1968) (inf.) als voorvoegsel voor iets dat slecht is. Ook gebruikt ter intensivering. • .... de teringprogramma's die veel ex-piraten op het ogenblik voor BBC1 maken. (Hitweek, 20/09/1968) • Ik vind haar een vuile, gemene, teringrotjuffrouw. (Maarten ’t Hart: Het roer kan nog zesmaal om. 1984) • Jij vuile vieze gore terin...

Lees verder
2019
2023-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tering

tering - Zelfstandignaamwoord 1. consumptieve uitgaven Hij was gedongen de tering naar de nering te zetten. 2. (geschiedenis), (medisch) een verzamelnaam voor ziektes zoals tuberculose en kanker die een dodelijke afloop hadden Men leefde in angst voor de teri...

Lees verder
2017
2023-01-27
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Tering

Tering - als eerste lid van een samenstelling om de geringschatting of minachting uit te drukken, bijv. teringtroep, teringvent enz. Ook gebruikt als uitroep of als tussenvoegsel, bijv.: Ze verwijdert zich langzaam. Peter Beer zegt: Tering, het kwijl loopt uit mijn hummes. - Maarten t Hart, Ik had een wapenbroeder (1973) ​

Lees verder
1998
2023-01-27
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Tering

1. als krachtterm: tering; Gods-tering. In de hedendaagse jeugdtaal wordt tering echter in po-sitieve zin gebruikt. Gods-tering man!, ik dacht op het laatst dat ik sta- pelknettergek werd! (Aktueel, 25/04/91) ‘Hebben we zelf geen DAT-tape bij ons? Tering!’ Anita heeft er de pest in. (Elsevier, 15/01/94) Daar stonden ze echt te roepen van: tering,...

Lees verder
1997
2023-01-27
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

tering

De letterlijke betekenis van tering is ‘die vorm van tuberculose die de patiënt uitteert, zijn gestel sloopt’. Een van de populairste verwensingen in vooral de Randstad is krijg de tering! of ook gewoon tering! De vervloeker roept niet letterlijk de tering over zijn opponent af. Versterking van deze vloek zien...

Lees verder
1981
2023-01-27
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

tering

treedt bij zware ziekten zoals longtering ten gevolge van tuberculose op. Kenmerken zijn: geen eetlust, snelle vermagering, algemene krachteloosheid.

1981
2023-01-27
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Tering

zie Longtuberculose.

1973
2023-01-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Tering

v. (-en), 1. het doen van uitgaven voor levensonderhoud: de tering naar de nering zetten, de uitgaven naar de inkomsten regelen; 2. (vero.) tuberculose; krijg de tering!, verwensing; ruggemergstering is tabes dorsalïs.

Lees verder
1954
2023-01-27
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Tering

ftisis, ouderwetse benaming voor iedere ziekte, die (snel) doet wegkwijnen, maar in het bijzonder voor tuberculose of bacillaire ftisis. „Vliegende tering" (zie aldaar) noemde men de snel en dodelijk aflopende tuberculeuse longontsteking.

1952
2023-01-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Tering

s., tarring; aan desterven, útsukkelje; denaar de nering zetten de bek nei de byt sette.

1950
2023-01-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Tering

I. TERING v. (-en), 1. het doen van uitgaven voor levensonderhoud: vrije tering hebben, het zelf niet be- hoeven te betalen ; de tering naar de nering zetten, de uitgaven naar de inkomsten regelen; 2. (Zuidn.) feestelijke maaltijd, inz. van een gezelschap, een gilde enz. dat een ,,pot verteert”; 3. die vorm van tuberculose di...

Lees verder
1949
2023-01-27
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Tering

zie Tuberculose en Tabes.

1937
2023-01-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

tering

v. in bet. 1 teringen (1 uitterende ziekte; 2 het verteer, uitgaven in zegsw.): 1. vliegende tering; 2. zegsw. de tering naar de nering zetten, de uitgaven regelen naar de inkomsten.

Lees verder
1933
2023-01-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Tering

→ Tuberculose.

1933
2023-01-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Tering

→Tuberculose. Zie ook →Tabes.

1930
2023-01-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

tering

v. (-en) [< teren II] 1. vertering van spijzen. 2. uitgaven, verteer: de naar de nering zetten, de uitgaven regelen naar de inkomsten. 3. ziekte die het lichaam doet uitteren en kwijnen; van de longen; hij zal er de niet van zetten of niet van krijgen.

Lees verder
1929
2023-01-27
Geneeskundige Encyclopaedie 1929

Dr. Ch. Bles

Tering

zie Longtering.

1916
2023-01-27
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Tering

Tering - is een algemeene naam voor ziekten, die een chronisch verloop hebben en vermagering en verzwakking veroorzaken. Meestal wordt het woord tering gebruikt voor longtuberculose. (Zie TUBERCULOSE).

1908
2023-01-27
Vivat

Schrijver op Ensie

Tering

Phthisis, algemeene naam voor ziekten, die een chronisch verloop hebben en sterke vermagering en verzwakking veroorzaken; meestal bij verkorting gebruikt voor longtering (zie Tuberculose), vliegende tering (zie ald.), minder voor ruggemergstering, enz.

1898
2023-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tering

Tering - v. (-en), vertering (van spijzen); uitgave, vertering : vrije tering hebben, het zelf niet behoeven te betalen; (fig.) de tering naar de nering zetten, de uitgaven naar de inkomsten regelen; — ziekte met een chronisch verloop, dk de krachten sloopt, het lichaam doet uitteren en wegkwijnen, inz. longtering: aan de tering lijden, gesto...

Lees verder