Wat is de betekenis van Temee?

1973
2022-09-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Temee

bw., 1. straks, aanstonds, meteen: ik kom temee; 2. zoëven, zo pas: zo temee was hij nog hier; 3. (gew.) nu en dan.

Lees verder
1950
2022-09-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Temee

bw., 1. straks, aanstonds, zo meteen: ik kom temee ; wees zuinig met de kolen, temee zitten we weer zonder; 2. zo even, zo pas: zo temee was hij nog hier.

Lees verder
1937
2022-09-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

temee

bw. (straks, aanstonds): zo temee; gew.

1898
2022-09-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Temee

Temee - bw. (gew.) straks, aanstonds : ik kom temee; zoo temee wordt zoowel in den verleden als in den toek. tijd gebezigd: zoo temee was hij nog hier.

Gerelateerde zoekopdrachten