Wat is de betekenis van Telkens?

2021
2022-11-27
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Telkens

Telkens is een bijwoord en betekent 'elke keer weer'. Het woord heeft vele synoniemen, zoals steeds, keer op keer en herhaaldelijk. De zin: 'Hij laat de auto telkens afslaan' betekent dat hij dus elke keer weer de auto af laat slaan. Als een persoon telkens iets doet, is het meestal niet positief en zelfs een beetje irritant. Een ander synoniem va...

Lees verder
2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

telkens

telkens - Bijwoord 1. elke keer Telkens als je dit plein oversteekt, word je door al die verkopers aangesproken. 2. steeds Hij moet telkens hoesten. Uitdrukkingen en gezegden ♦ telkens als ...

Lees verder
2018
2022-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

telkens

telkens - bijwoord uitspraak: tel-kens 1. elke keer weer ♢ telkens als ik haar zie, moet ik aan school denken Bijwoord: tel-kens Synoniemen aanhoudend, altijd, gedurig, herhaaldelijk, immer Tegenstellingen nimmer, nooit

Lees verder
2015
2022-11-27
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

telkens

steeds als, altijd Telkens ik achterom keek, schoof ze haar zonnebril omhoog en knipoogde ze vettig in mijn richting. (De Standaard) Telkens' is een bijwoord en leidt in Algemeen Nederlands geen bijzin in. Het kan wel gebruikt worden met 'als' of 'wanneer': 'Telkens als je te laat komt, gaat er een stuk...

Lees verder
2004
2022-11-27
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

telkens

(vw.) in het Nederlands een bijwoord, in België ook als voegwoord gebruikt - telkens hij me zag, telkens als, iedere keer dat. Youri: ‘En dan was er die man met zijn paars en witte houten been. Telkens hij me zag, rolde hij fier zijn broekspijp omhoog.’ - GvA, 18-10-1997.

Lees verder
1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Telkens

bw., 1. iedere keer: als ik haar aankijk, lacht zij; 2. herhaaldelijk: ik moest hem telkens zeggen wat alles betekende.

Lees verder
1952
2022-11-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Telkens

s., (de) hieltyd, hieltiten, iderkear(en), algeduerich, al(le)geduerigen; — weer, ivich en erflik, ivich en altyd, altyd en erflik.

1950
2022-11-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Telkens

bw., 1. iedere keer: telkens als ik haar aankijk, lacht zij; 2. herhaaldelijk, ieder ogenblik, aanhoudend, gestadig: ik moest hem telkens zeggen wat alles betekende; telkens en telkens weer.

Lees verder
1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

telkens

bw. (elke keer): ze zegt het woord telkens verkeerd, herhaaldelijk; telkens als, wanneer.

1930
2022-11-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

telkens

bw. 1. iedere keer: als ik wegga begint hij te luieren. 2. Verzw. aanhoudend, herhaaldelijk: zegt zij het woord verkeerd. Syn. ➝ dikwerf.

Lees verder
1911
2022-11-27
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Telkens

staat voor te elken (male) met bijw. s.

1898
2022-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Telkens

Telkens - bw. iedere keer; telkens als ik haar aankijk, lacht zij; — aanhoudend, gestadig: ik moest hem telkens zeggen, wat alles beteekende.

Lees verder
1864
2022-11-27
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Telkens

Telkens, bijw. iederen keer, telken male, aanhoudend, alle keeren; gestadig.