Synoniemen van teef

    • wijfjeshond
2020-01-24

teef

teef - Wijfje van hondachtigen.

2020-01-24

Teef

Teef - v. (teven), wijfje van den hond en den vos; — (gemeenz.) vrouw, meisje: eene lekkere, aardige teef; inz. slecht, ontuchtig vrouwspersoon; (ook) kreng van een wijf : het is eene echte teef. TEEFJE, o. (-s).

2020-01-24

teef

teef - zelfstandig naamwoord 1. vrouwtjeshond ♢ is Bello een reu of een teef? Zelfstandig naamwoord: teef de teef de teven het teefje Tegenstellingen reu

2020-01-24

teef

slechte, gemene vrouw; rotwijf. Sinds de zeventiende eeuw (en mogelijk vroeger). Een hete of loopse teef is een ‘erg geile vrouw’. Zie ook nog appel teef; balie teef; binladenteef; knuppelteef; pekelteef; raueteef; tikteef; zweefteef. Hier jij, hoer! Hier teef! Ik zal je! (Jan de Hartog, Gods Geuzen, 1947-1949) Ik weet het wel, jij, gloeiende teef. (Hugo Claus, De hondsdagen, 1952) Mijn vriend was pleite met een mooie Japanse teef naar een van de vele kamers waar gepokerd werd. (J...

2020-01-24

teef

teef - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) een vrouwelijke hond of vos Het is een teefje van ongeveer drie maanden. 2. (scheldwoord) een scheldwoord voor een meisje of een vrouw Hij noemde zijn vrouw soms een teef, wat wij zeer beledigend vonden. Verwante begrippen reu, puppy

2020-01-02

hete broek, hete teef

erg wellustige en losbandige vrouw. Zie ook teef. Fransen gebruiken de term chaude lapine.Fy heete teven. (Adriaense van Dordrecht, De geest van broer Cornelis. 1687) ... een geïdealiseerde verzetsheld uit Woudsend, die ik achterna liep als een hete teef. (Helen Knopper, Een onfatsoenlijk afscheid, 1983) Bovendien was ze niet zo’n hete broek. Ze is nooit zo’n hete broek geweest. (Albert Mol, Haar van boven, 1988)

2020-01-02

Loopse hond, loopse teef

geil iemand; door seks geobsedeerd persoon. Zie ook opmerkingen onder teef. Zelfs hoeren waren er niet te vinden. Het leek wel een zooitje loopse honden. (Haring Arie, Tweede Boek, 1969)Het is twee uur! Dat is twee uur te laat! Loopse teef! (Gerdy van der Stap, Nestspel, 1994) Stel sletten, dus toch. Twee loopse teven. (A.F.Th. van der Heyden, De Movo Tapes, 2003)

2017-05-30

teefje

vrouwelijke hond, vooral een volwassen exemplaar; teef

2020-01-02

bitch

(Eng.) kreng van een vrouw; serpent. Eigenlijk: vrouwelijke hond, teef. Het woord is vooral populair onder rappers. Een overtreffende trap is superbitch.Dat was een Tsjechische, die donkere, een hele warme, lieve, mooie meid. Echt een soort madonna, terwijl die blonde in feite een kreng was. Een bitch. (Jan Cremer e.a., De liefdes van Jan Cremer, 1988) Houd je bek, bitch. (Hermine Landvreugd, Margaretha bleef het langst liggen, 1996) Ik geef het toe, vuile bitch, je hebt me echt genackt. (Ali...

2020-01-02

binladenteef

(racistisch) (vaak nog versterkt door het voorvoegsel tering-) (gesluierde) moslimvrouw. Zie ook opmerkingen onder teef. Fietsend op de Cruquiusweg passeerde ik een vrouw met een hoofddoek die achter een kinderwagen liep. Twee grote kerels in trainingspakken begonnen haar plotseling, zonder enige aanleiding, uit te schelden. ‘Teringbinladenteef! Binladenteef!’ De vrouw reageerde niet, ze bleef strak voor zich uitkijken en ging alleen wat sneller lopen. (Elsbeth Etty in NRC Handelsbla...

2020-01-02

balieteef

vrouw die aan de balie werkt. Zie ook opmerkingen onder teef. Daar werkte ik aan de balie. Vrouwelijke collega’s werden er vaak aangesproken met ‘balieteef’. (HP/De Tijd, 21/08/1998)

2017-05-30

moederhond

teef die de moeder is van een pup of van een nest pups

2020-01-02

hondsvot

laf, verachtelijk iemand. Betekent eigenlijk ‘geslachtsdeel van een teef’. In de zestiende eeuw was vot een benaming voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Volgens De Vooys is dit Nederduits. Fotze betekent ‘kut’ en wordt vandaar ook overdrachtelijk gebruikt voor een hoer. In Mozarts brieven is er sprake van Hundsfötter. Sommige bronnen leidden het woord af van het Hongaarse honved: de benaming der Hongaarse militie. Havenarbeiders gebruiken hondsvot in de betekenis va...

2018-09-13

1. klits

1. KLITS v. (-en), ook KLIS; (gew.) teef, wijfje van den hond; (fig.) ontuchtig vrouwspersoon; eene heete klis, een manziek meisje.

2017-03-31

Brakkin

Brakkin - 17de-eeuws scheldwoord voor een vrouw van lichte zeden. Brakkin is de vrouwelijke vorm van de jachthond, een teef.

2018-05-07

Cynometra

Cynométra L. [C. Linnaeus], - van Gr. kuôn (kunos), hond; mêtra, baarmoeder: baarmoeder eener teef. De naam, welke zinspeelt op den vorm der peulen, is bedoeld als vertaling van den Mal. volksnaam van Cynométra cauliflóra L. [C. Linnaeus], poeki andjing (van poeki, vr: schaamdeel; andjing, hond), schaamdeel eener teef.

2019-01-17

Telegonie of infectie

Telegonie of infectie - (veeteelt); vooral hondenfokkers zijn van meening, dat de vader van een eerste worp jongen eener teef invloed uitoefent op volgende worpen jongen derzelfde teef door andere vaderdieren verwekt. Als een rashondteef gedekt wordt door een straathond, meenen vele fokkers, dat zulk een rasteef, later door een raszuiveren reu van hetzelfde ras gedekt, nooit raszuivere jongen zullen geven, omdat deze eigenschappen van den eersten vader zullen bezitten. Ook bij andere dieren meen...

2018-09-02

Geeltje

GEELTJE, o. (-s), een dier met eene gele huid, inz. zulk een hond of vogel: is dat geeltje een reu of een teef ?; wat zingt dat geeltje (die gele kanarievogel) aardig\; — een goudstuk, een dukaat, gouden tientje enz.; — een van ouderdom geel geworden geschrift: een geeltje van de plank nemen, (van predikanten gezegd) eene oude preek van de boekenplank nemen of houden.

2017-06-21

Jan gat:

1. scheldwoord voor een sukkel; een onhandig en lomp, ook wel vergeetachtig manspersoon. Al in de vroege 17de eeuw, o.a. bij Bredero en Constantijn Huygens. Wellicht ontstaan onder invloed van erg platte, tegenover vrouwen gebruikte invectieven als hondsvot; hondsklink; hondskonte,aanduidingen voor de geslachts- opening van de teef. Vgl. eveneens Frans Jean Fesse en Engels Joe Soap,in dezelfde zin gebruikt. Bij Huygens komt het woord ook voor als scheldnaam voor een Spanjaard. 2. ook een spotnaa...

2019-11-14

matsfots

Met dit woord en de variant matfots wordt de bastaardvloek gants matsfots gevormd. Matsfots is een uit het Hoogduits overgenomen scheldnaam voor een laffe, onbetekenende kerel. Matz is de zeer gewone mansnaam Matteüs. Ten onrechte heeft men gedacht aan een woord mats, dat ‘teef zou betekenen. Misschien dat de bastaardvloek op Petrus sloeg, die als een lafaard Jezus verloochende. zie gans2.