Wat is de betekenis van taxeren?

2019
2021-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

taxeren

taxeren - Werkwoord 1. (ov) schatten, de waarde bepalen. Bij het taxeren werd de waarde van het huis bepaald. Woordherkomst Naamwoord van handeling van het Franse taxer (met het achtervoegsel -eren) Verwante begrippen begroten, waarderen, aanslaan

Lees verder
2018
2021-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

taxeren

taxeren - regelmatig werkwoord uitspraak: tak-se-ren 1. zeggen wat het ongeveer is ♢ hij taxeerde de waarde op 10 euro Regelmatig werkwoord: tak-se-ren ik taxeer jij/u taxeert ...

Lees verder
1993
2021-01-27
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Taxeren

de waarde bepalen

1990
2021-01-27
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

taxeren

taxeren - Het vaststellen van de waarde van bezittingen voor belastingdoeleinden.

1973
2021-01-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

taxeren

[Fr.], (taxeerde, heeft getaxeerd), schatten: meubelen, huizen —; de schade men taxeert hem op een paar ton.

1950
2021-01-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Taxeren

(taxeerde, heeft getaxeerd), (<Fr.), 1. de waarde van iets begroten, ramen, schatten: iets hoog, laag taxeren; meubelen, huizen taxeren; de schade taxeren; 2. met betr. tot een bedrag, een hoeveelheid, een afstand, een tijdsduur enz.: ramen, schatten: ik taxeer de afstand op een meter of dertig; — ook van person...

Lees verder
1948
2021-01-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

taxeren

schatten, waarderen, aanslaan; (ook:) beschuldigen, wraken.