Wat is de betekenis van talmen?

2024-07-22
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

talmen

talmen - Werkwoord 1. (inerg) aarzelen, treuzelen Hij talmde bij het afstappen van de tram, zodat er een opstopping ontstond. Synoniemen aarzelen treuzelen

2024-07-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

talmen

talmen - regelmatig werkwoord uitspraak: tal-men 1. iets langzaam doen wat ook wel sneller kan ♢ Layla kan eindeloos talmen met haar huiswerk Regelmatig werkwoord: tal-men ik talm jij/u...

2024-07-22
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

talmen

aarzelen, wachten Het is dokter Gobbelins gewoonte niet lang te talmen, maar zoals hij daar nu zit lijkt het erop of hij niet van plan is de eerste uren op te staan. (Elisabeth Marain, Rosalie niemand) In Nederland wordt het woord in dezelfde betekenis ook gebruikt, maar veel minder vaak. Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaar...

2024-07-22
Atletiek- en turnwoordenboek

Jan Luitzen (2008)

talmen

(onov ww; talmde; h. getalmd) AT - uit aarzeling, tegenzin, laksheid, (over)concentratie of een andere beweegreden het verrichten van een poging bij een technisch atletiekonder- deel uitstellen, niet tot daden overgaan. • Bij onredelijk talmen kan de scheidsrechter beslissen dat de poging niet geldig is en als fout wordt aangemerkt, waarbij het aan...

2024-07-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Talmen

v., talmje, somje, sûmje, slûgje, drôgje, treuzelje, sleaukje, (om)dreutelje, (om)drammelje, drale, neu(te)lje, omseure, omdrome, omdreule, (om)nusselje, (om)male, hounemelke; — met, sloere, sluorkje mei; daar wordt mee getalmd, dat wurdt in sloer(ders)boel, dat bliuwt yn 'e sloer, de sloer is deryn...

2024-07-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Talmen

(talmde, heeft getalmd), 1. dralen, treuzelen: talmen met iets; 2. (gew.) zaniken, zeuren.

2024-07-22
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

talmen

talmde, h. getalmd (treuzelen, langzaam vorderen, dralend te werk gaan): talmen met iets; doe dat nu terstond en talm niet.

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-22
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

talmen

(‘talmən) (talmde, heeft getalmd) 1. traag, node overgaan tot een handeling : talm niet (langer) a. u. b.; met iets -, er niet spoedig toe overgaan. Syn. → aarzelen. 2. niet opschieten met een bezigheid : hij doet mets dan -. Syn. → beuzelen.