Wat is de betekenis van tafel?

2019
2022-08-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tafel

tafel - Zelfstandignaamwoord 1. een meubelstuk bedoeld om iets op te zetten of leggen Zullen we de tafel buiten zetten? Dan kunnen we vanavond buiten eten. 2. register[1], lijst[1], tabel, rekenreeks In de lagere school leert men de tafels van vermenigvul...

Lees verder
2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

tafel

tafel - zelfstandig naamwoord uitspraak: ta-fel 1. horizontaal blad op poten ♢ in het midden van de kamer stond een ronde tafel 1. aan tafel! [jullie moeten komen eten] ...

Lees verder
2000
2022-08-08
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Tafel

De stenen tafelen, de tafelen des verbonds, de stenen waarop de Tien Geboden staan. Nieuwe stenen tafelen, nieuw stelsel van wetten of regels. Dit zijn twee stenen die op beide zijden waren beschreven met Gods geboden voor de Israëlieten. In Exodus 24 wordt verteld hoe Mozes van God die geboden, de Tien Geboden, ontvangt -- in Mozes’ woorden in De...

Lees verder
1998
2022-08-08
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

tafel

1. Het meubel waaraan vier personen plaats kunnen nemen om bridge te spelen. De omvang van een deelnemersveld wordt vaak uitgedrukt in ‘tafels’: ‘de A-groep speelt vanavond met zeven tafels’ (d.w.z. veertien paren). 2. Serie spellen die aan een tafel gespeeld zijn. In de uitdrukkingen: ‘een goede/gemiddelde/slechte tafel hebben’ en ‘een tafel van (...

Lees verder
1973
2022-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Tafel

v./m. (-s), 1. stuk huisraad dat in hoofdzaak bestaat uit een horizontaal blad op één of meer poten: een vierkante 2. m.n. een voorwerp als genoemd waaraan men zit om de daarop geplaatste spijs en drank te nuttigen, eettafel: een welvoorziene tafel, die van spijs en drank rijkelijk voorzien is; aan tafel gaan, gaan zitten om te eten;...

Lees verder
1954
2022-08-08
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Tafel

is in de tuinb. een meestal uit latwerk bestaande stellage in een kas, waarop potten met planten staan, al of niet in schotels. Ook bestaat het blad wel uit asbestcementplaten. Eigenlijk een tablet zonder grond.

Lees verder
1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Tafel

s., tafel, dis; aan —, by (de) tafel; terbrengen, op 'e tafel bringe; ter komen, op ’e tafel, op it aljemint komme; dedekken, de tafel oansette; deafruimen, de tafel ôfrêdde, leechmeitsje, tafelôfromje, -ô...

Lees verder
1950
2022-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Tafel

v. (-s, -en), 1. gewoon stuk huisraad, hoofdzakelijk bestaande uit een horizontaal blad, dat op één of meer poten rust, om daarop wat te zetten, te leggen of daaraan wat te verrichten : een vierkante, een ronde tafel; tafel op één poot; neerslaande tafel, waarvan men het blad kan neerlaten; 2. inz. voorwerp als onder 1....

Lees verder
1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

tafel

v. tafels, in bet. 12 ook tafelen, tafeltje (Lat. tabula: 1 meubel van verschillende vorm inz. bestaande uit een horizontaal blad, op poten of één poot in het midden, rustende; 2 inz. zulk een meubelstuk, waaraan men zit om te eten en te drinken: eettafel; 3 R.-K. [communie]bank; Prot. avondmaalstafel; 4 gelegenheid tot het nuttigen v...

Lees verder
1933
2022-08-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Tafel

Meubel, bestaande uit een horizontaal blad, dat rechthoekig, rond of ovaal is en rust op een onderstel. Kleine houten of bronzen tafels treft men reeds in de vroegste Oudheid aan; meer monumentale ➝ wangtafels, waarbij het blad rust op twee rijkgebeeldhouwde zijwanden, dagteekenen eerst uit het Romeinsche keizerrijk. In de M.E. werd de t. langen ti...

Lees verder
1926
2022-08-08
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Tafel

In de Oostersche landen vindt men in de gewone huizen geen tafels en stoelen, in de Israëlietische huizen ontbraken ze niet (2 Kon. 4 : 10, vgl. Richt. 1 : 7). Het meest wordt van tafels gesproken bij de maaltijden (zie art.). De uitdrukking „aan tafel aanzitten (aanliggen)” beteekent den maaltijd nuttigen. Het aanzitten aan tafel...

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tafel

Tafel - v. (-s, -en), vierkante of ronde plaat van metaal, hout, steen, glas enz.: glastafel, vierkante plaat glas waaruit men vensterruiten snijdt; tafel van een edelsteen, het bovenvlak dat evenwijdig aan de ringvlakte is; — inz. zulk eene plaat waarop iets geschreven of geteekend is : de tafelen der wet, de steenen tafelen, de steenen plat...

Lees verder
1898
2022-08-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Tafel

zie Disch.

1573
2022-08-08
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Tafel

Mensa. gal. table: ital. tauola: ang. table.

Lees verder