Wat is de betekenis van Taak?

2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

taak

taak - Zelfstandignaamwoord 1. een te verrichten werk taak - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van taken ♢ Ik taak 2. gebiedende wijs van taken taak! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van taken...

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

taak

taak - zelfstandig naamwoord 1. wat je volgens jezelf en anderen moet doen ♢ het is jouw taak om de afwas te doen 1. een taak aanvaarden [hem accepteren en uitvoeren] 2. zich ie...

Lees verder
2011
2022-07-04
Bedrijfskunde Integraal

Bedrijfskunde Integraal

taak

De bevoegdheid, maar ook de plicht, van iemand om een bepaalde activiteit uit te voeren.

1991
2022-07-04
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Taak

Een afgerond geheel van arbeidsverrichtingen of werkzaamheden, uit te voeren volgens een vaste werkwijze of procedure. De werkzaamheid omvat elke ondeelbare en daadwerkelijke verrichting. De activiteit betreft meestal een categorie van taken. Gaat men uit van de werkzaamheden die in een arbeidsorganisatie door één medewerker moeten worden verricht,...

Lees verder
1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Taak

v./m. (taken), werk dat iemand is opgelegd: hij heeft een taak voor Grieks, moet in de vakatie een hoeveelheid Grieks onder de knie krijgen om over te kunnen gaan; iets dat men op zich genomen heeft: zich van een taak kwijten.

1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Taak

s., taek; — die men (zich) stelt, taks(t); zich goed van zijnkwijten. jins plak skjinmeitsje; een zwarete vervullen hebben, in swiere sile lûke, yn in swiere sile rinne.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Taak

v. (taken), werk dat iem. is opgelegd, arbeid die verricht moet worden: iem. een taak opgeven, opleggen; de jongen heeft een taak gekregen, hij moet, om in de hogere klasse te worden toegelaten, in de vacantie een zekere hoeveelheid werk maken: overgaan met een taak; — op taak werken, arbeid verrichten waarb...

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

taak

v. taken (verwant met Fr. tâche en Lat.taxare: 1 een werk, dat iem. is opgelegd, a) beschouwd naar de hoeveelheid of de omvang, b) naar de aard er van; een werkzaamheid waarmee iem. belast is; 2 hoeveelheid papier per dagtaak gemaakt): 1. de jongen heeft een taak in het Latijn, moet een zekere hoeveelheid Latijn maken in de vacantie om naar e...

Lees verder
1933
2022-07-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Taak

In de psychologie is het bewuste voornemen van den proefpersoon om iets te doen. Is het eenmaal gemaakt, dan blijkt de proefpersoon zoodanig „ingesteld” te zijn, dat het bewustzijnsproces bij het afgesproken teeken als het ware automatisch naar het voorgestelde doel afloopt, zonder dat het noodig is, dat dc t. weer expliciet in het bewu...

Lees verder
1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Taak

Taak - v. (taken), bepaald opgegeven werk, arbeid die verricht moet worden: iem. eene taak opgeven, opleggen; zijne taak afmaken; zijne taak is afgeweven, (fig.) zijn leven is teneinde; —te vervullen plicht: zich ten taak stellen; hij had, daar eene zware taak. TAAKJE, o. (-s).

Lees verder