Wat is de betekenis van Taai-taai?

1952
2021-06-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Taai-taai

s.n., taei(guod) (it);stuk—, taeiding (it), glêdding (it); pop van —, taeiman, -wiif (it); bakvorm voor —, taeiprint.

1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Taai-taai

o., soort van bruine, zeer taaie koek van roggemeel en stroop, gebakken in de vorm van spekulaas, en vaak geglansd met in water gekookte lijm: een vrijer van taai-taai.

1937
2021-06-18
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Taai-taai

Een ouderwetsch gebak van koekedeeg (waarin roggebloem, honing, stroop, aluin, potasch, kruidnagelen, gember, notemuskaat) voor het St. Nicolaasfeest. Gewoonlijk maakt men er Vrijers en vrijsters van, of een voorstelling van den Heilige te paard.

Lees verder
1898
2021-06-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Taai-taai

Taai-taai - o. naam van eene Friesche soort van peperkoek, die uiterst taai is.