Wat is de betekenis van suizen?

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

suizen

suizen - Werkwoord 1. (inerg) een ruisend geluid voortbrengen Na die wilde avond bonkte en suisde mijn arme hoofd. 2. ergatief zich snel verplaatsen zodat er een ruisend geluid voortgebracht wordt Hij was op zijn snowboard van de helling gesuisd....

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

suizen

suizen - regelmatig werkwoord uitspraak: sui-zen 1. snel door de lucht bewegen ♢ Fons suisde voorbij op zijn racefiets 2. blazend geluid maken ♢ de gaslamp suist altijd een beetje Reg...

Lees verder
1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

suizen

(suisde, heeft gesuisd), 1. zacht ruisen; als subjectief geluid: mijn oren —, tuiten; zingen (van water voor het kookt); 2. zich zeer snel bewegen: in suizende vaart.

1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Suizen

v., sûz(j)e, sûzje, size, siizje; aanhoudend zachtjes —, sûzelje; het suist in mijn hoofd, de holle singeret my.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Suizen

(suisde, heeft gesuisd), 1. een zacht blazend geluid maken : het gas suist in de lamp ; — zacht ruisen : het windje suist in de bladeren; de bomen suizen; — als subjectief geluid : mijn oren suizen, tuiten ; — zingen (van water voor het kookt); 2. een geluid maken als onder 1. tengevolge van snelle be...

Lees verder
1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Suizen

Suizen - (suisde, heeft gesuisd), zacht ruischen, mijne ooren suizen, tuiten; — zingen (van water dat begint te koken); — het windje suist in de bladeren, ruischt zachtjes. SUIZING, v. (-en), het gesuis (in het oor). '

Lees verder