Wat is de betekenis van Strootje?

2020
2021-10-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

strootje

(1908) (Ned.-Indië) zelfgerolde sigaret; sjekkie. • Het was slim van de Hollanders! dat moest hij erkennen! en als hij dan zweeg en de ander achter den witten rook van zijn strootje vroeg wat die vreeselijke reden was, dan zeide hij:... (M.C. Kooy-van Zeggelen: De gouden kris. Een verhaal uit de nieuw veroverde streken van Zuid-Celebes. z...

Lees verder
2019
2021-10-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

strootje

strootje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stro

Lees verder
1973
2021-10-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

strootje

o. (-s), 1. strohalm of stukje van een strohalm; — trekken, loten door middel van strohalmen; 2. bepaalde hoeveelheid bokking, nl. 500 stuks: een — bokking.

1950
2021-10-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Strootje

I. o. (-s), 1. strohalm of stukje van een strohalm; — (zegsw.) je krijgt haar mond met een strootje open, maar nog met geen voorhamer dicht, gezegd van een babbelzieke vrouw; 2. bepaalde hoeveelheid bokking zoals ze, in stro verpakt, in de handel wordt gebracht, t.w. 500 stuks: een strootje bokking. II. (<Mal.<Port.), o....

Lees verder
1949
2021-10-21
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

strootje

sigaar. Stiek me een strootje, geef me een sigaar.

1898
2021-10-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Strootje

Strootje - o. (-s), dunne stroohalm: door een strootje blazen, limonade opzuigen; over een strootje vallen, over eene kleinigheid reeds onaangename dingen zeggen ; (ook) niets over zijn kant laten gaan; — hij is met een strootje te verleiden, heel gemakkelijk tot iets over te halen ; — halm van zekere grassoort, die inz. dient om eene...

Lees verder