Wat is de betekenis van stroop?

2020
2022-07-02
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

stroop

Het begrip stroop heeft 6 verschillende betekenissen: 1) zoete, dikvloeibare stof. zoete, dikvloeibare stof die verkregen wordt door het inkoken van sap van suikerbieten, suikerriet of vruchten; ingedikt bietensap of vruchtensap. In toepassing op de bekende dikvloeibare, bruine stroop uit suikerbieten of suikerriet, maar ook in toepassing...

Lees verder
2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stroop

stroop - Zelfstandignaamwoord 1. (f)/(m) (voeding) een dikke, viskeus|viskeuze, geconcentreerde vloeistof waarin een grote hoeveelheid suikers zijn opgelost Een boterham met stroop. 2. (m) het stropen van wild stroop - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvo...

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stroop

stroop - zelfstandig naamwoord 1. dikke plakkerige vloeistof, gemaakt van suiker ♢ we deden stroop op de pannenkoek 1. iemand stroop om de mond smeren [hem overdreven vleien, ophemelen] Zelfstandi...

Lees verder
2016
2022-07-02
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

stroop

Algemene benaming voor een dikke, vloeibare suikeroplossing van suikerbiet, suikerriet en vruchten en die ter vervanging dienen van suiker of dienst doet als brood- of pannenkoekenbeleg.

1997
2022-07-02
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

stroop

zie gort2.

1974
2022-07-02
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

stroop

dik vloeibare massa, bevat 75% Saccharose, zouten, kleur- en smaakstoffen. Gewonnen uit kooksel van suikerriet of beetwortelen na verwijdering van de suiker.

1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

stroop

[<Arab.], v./m. (stropen), 1. (ook: siroop), ben. voor verschillende dikke, kleverige, veelal zoete vloeistoffen, die vnl. verkregen worden in industrieën die suikerhoudende stoffen verwerken; m.n. de zoete, dikvloeibare stof die keukenstroop genoemd wordt (e); (fig.) iemand — om de mond smeren, hem vleien. (e) Huishoudstropen zijn ee...

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Stroop

s., sjerp.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Stroop

I. m. (stropen), 1. het stropen, t.w. van wild; 2. (veroud.) strooptocht. II. (stropen), Siroop.

Lees verder
1949
2022-07-02
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Stroop

of siroop, geconcentreerde suikeroplossing: Kandij-S. (naproduct bij kandij bereiding); suiker-S. (uitkooksel van suikerbieten); huishoud-S. (mengsel van voorgaande met melasse* en zetmeel-S. + 30 % saccharose); keuken-S. (idem + 15 % saccharose). Blanke S., gebruikt bij bereiding van jam, limonade enz. is ontkleurde aardappel-S.

1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

stroop

I. m. (roof, rooftocht, het stropen): op de stroop zijn: vero. II. v. stropen, siroop, v. siropen (Fr. sirop, oorspr. Arab. = drank: 1 dikke [zoete] kleverige vloeistoffen voornamelijk verkregen in industrieën, die suikerhoudende stoffen verwerken of door suiker of suikerhoudende stoffen, vruchten enz., al of niet onder bijvoeging van andere s...

Lees verder
1933
2022-07-02
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Stroop

→ Siroop.

1933
2022-07-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Stroop

(siroop, Lat. sirupus) is een verzamelnaam voor iedere dikvloeibare massa, waar suikers de hoofdbestanddeelen van zijn. Kandijstroop en suikerstroop zijn beide producten van de suikerindustrie (➝ Suiker, sub Fabricage); huishoudstroop en keukenstroop zijn mengsels van deze beide s. met zetmeelstroop. De zetmeelstroop, ook wel aardappelstroop of bla...

Lees verder
1921
2022-07-02
Levende taal

T. Pluim - 1921

Stroop

of siroop komt van ’t It. siroppo en dit van ’t Arabische sjarab = drank; de Arabieren beoefenen ijverig de geneeskunde, en oorspr. was stroop of siroop dan ook een medicijn.

1919
2022-07-02
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Stroop

uit siroop, met invoeging van t als in astrant, uit fra. sirope, spa. xarope (= charope), van arab. sjarab (van drinken).

1916
2022-07-02
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Stroop

Stroop - (zie ook AARDAPPELSTROOP en SUIKERFABRICAGE) = glucosestroop. De in de huishouding gebruikte stroop is gewoonlijk een zeer zuivere soort, afkomstig van de suikerraffinaderijen.

1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stroop

Het begrip stroop heeft 2 verschillende betekenissen: 1. stroop - stroop - (stropen), SIROOP, v. (siropen), dik suikervocht; afkooksel van planten of vruchten, met suiker toebereid; siroop van punch ; een glas stroop, vruchtenstroop met water aangelengd ; — (fig.) zoetigheid, vleierij : iem. stroop om den mond smeren, hem vleien. STROOPJE, o...

Lees verder
1870
2022-07-02
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Stroop

Stroop of siroop is de naam van eene lijvig-vloeibare, zoetsmakende zelfstandigheid, welke gebezigd wordt om een zoeten smaak te geven aan sommige spijzen en vooral tot het bakken van koek enz. Goede keukenstroop is de min of meer gezuiverde moerloog (melasse), die na het kristalliséren van suiker overblijft. Zij is hoofdzakelijk eene waterige oplo...

Lees verder