Wat is de betekenis van strekking?

2019
2021-05-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

strekking

strekking - Zelfstandignaamwoord 1. het gebied waarover het zich uitstrekt, betekenis, teneur. 2. de bedoeling, het doel 3. beloop, richting 4. (geologie) richting van een geologische laag zijnde de hoek tussen het noorden en de snijlijn met het horizontaal|horizontale vlak Woordherkomst Naamwoord van handeling van strekken m...

Lees verder
2018
2021-05-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

strekking

strekking - zelfstandig naamwoord uitspraak: strek-king 1. bedoeling van een boek, film e.d. ♢ het boek heeft een godsdienstige strekking 2. de betekenis voor een bepaald doel ♢ de strekking van...

Lees verder
1973
2021-05-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

strekking

v., 1. het strak trekken of zetten of zoveel mogelijk in de lengterichting brengen; 2. gestrekte houding of ligging; 3. beloop, ligging: (zeevaart) de van de kust; 4. bedoeling: woorden (termen) van gelijke -. 5. (geologie) de richting van de snijlijn van een laag met een horizontaal vlak (e). (e) De strekking staat loodrecht op de helling en...

Lees verder
1952
2021-05-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Strekking

s., strekking.

1950
2021-05-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STREKKING

v., 1. handeling van strak trekken of zetten of zoveel mogelijk in de lengterichting brengen: de strekking van de wolvezels tijdens het drogen; — 2. gestrekte houding of ligging: zoals ze was in de strakke strekking van haar doodzijn; 3. (w. g.) richting : de evenwijdige strekking van de havendammen ; — thans nog v...

Lees verder
1933
2021-05-11
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Strekking

(mijnbouw), ➝ Invallen.

1916
2021-05-11
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Strekking

Strekking - of richting (aardk.), de richting ten opzichte van de N.—Z. lijn van de horizontale lijn, welke men in een gesteentelaag of gang kan trekken.

1898
2021-05-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Strekking

Strekking - v. het strekken ; voordeelig in ’t gebruik: (fig.) bedoeling, richting, neiging (tot zeker oogmerk): de strekking ervan is...; de strekking van eene zedeles.