STOREN
I. (stoorde, heeft gestoord), 1. een geregelde gang van zaken, een toestand, bezigheden enz. op hinderlijke of ontijdige wijze onderbreken of verbreken: iem. niet willen storen; — stoor ik u soms? kom ik u soms ongelegen, hinder ik soms ? — iem. in zijn werk, in zijn rust storen ; iem. in de slaap storen ; — een natuurlijke ontwik...