Wat is de betekenis van stop?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stop

stop - Zelfstandignaamwoord 1. (elektrotechniek) zekering die elektrische stroom begrenst doordat zij smelt Door de kortsluiting sloegen alle stoppen door. 2. halte (korte onderbreking) Bij de volgende stop moet ik echt naar de wc. 3. voorwerp...

Lees verder
2018
2021-01-26
Openbaar Ministerie

Begrippenlijst Openbaar Ministerie

Stop

Bij de zogeheten Stop-reactie maakten kinderen onder de twaalf jaar op vrijwillige basis 'strafwerk'; als zij bepaalde, geringere strafbare feiten hadden begaan (Januari 2010 afgeschaft).

2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stop

stop - zelfstandig naamwoord 1. voorwerp waarmee je een opening afsluit ♢ er zit nog geen stop op deze fles 2. beveiliging tegen doorsmelten ♢ na kortsluiting moet de stop vervangen worden ...

Lees verder
2002
2021-01-26
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

stop

Een stop is een 'actieve' stophouding, stilstand tijdens de dans (1); vgl. freeze; dit begrip hoort bij het danselement tijd.

1998
2021-01-26
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

stop

1. Stopper. Gesproken wordt van een ‘schoppenstop’, ‘hartenstop’, ‘ruitenstop’ en ‘klaverenstop’. Zie ook: halve stop 2. Uitroep welke gedaan wordt door een speler voordat deze een sprongbod geeft. Zie ook: stopregel

Lees verder
1998
2021-01-26
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Stop

1. de -pen slaan door, gezegd wanneer iemand in de war, overstuur is. Eigenlijk ‘het doorbranden van een zekering, waardoor kortsluiting ontstaat en de stroom wordt verbroken’. Hier overdrachtelijk gebruikt voor iemand die alle rede heeft verloren en zichzelf niet meer onder controle heeft. Modieuze uitdr. Natuurlijk denken er velen dat bij mij de...

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

STOP

I. v. (-pen), 1. voorwerp dienend om een opening of holte, inz. de schenkopening van een kruik, een fles enz. af te sluiten; in de alg. taal noch van een kurk, noch van een prop gezegd, maar gewoonlijk van een deel dat bij de kruik enz. behoort: houten, glazen, zilveren stoppen ; de stop op de fles doen ; — (gew. ook) kurk ; 2. eindstuk van e...

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Stop

zie Deksel.

1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stop

Het begrip stop heeft 2 verschillende betekenissen: 1. stop - stop - v. (-pen), wat dient om de opening van eene kruik, eene flesch enz. af te sluiten: kurken, houten, glazen, zilveren stoppen; de stop op de flesch doen, van de flesch trekken. 2. stop - stop - v. (-pen), kruiswijze dichting van weefsel of breiwerk; het zoo dichtgemaakte: eene stop...

Lees verder