Synoniemen van Stoornis

2020-04-07

Stoornis

een afwijkend gedragspatroon dat aanzienlijk lijden veroorzaakt, en de kans op ernstig letsel, de dood of vrijheidsverlies aanzienlijk verhoogt (Slot & Spanjaard, 1999).

2020-04-07

stoornis

stoornis - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) afwezigheid of afwijking van een functie die tot de normale menselijke ontwikkeling behoort 2. (psychologie) een psychische aandoening waardoor de normale gang van zaken wordt bemoeilijkt Een bipolaire stoornis is een ziekte van de hersenen waardoor mensen extreme stemmingen kunnen krijgen. Verwante begrippen belemmering, belet, beletsel, hinder, last, overlast, storing, verhindering,...

2020-04-07

Stoornis

Stoornis - een afwijkend gedragspatroon dat aanzienlijk lijden veroorzaakt, of de kans op ernstig letsel, de dood of vrijheidsverlies aanzienlijk verhoogt (Slot & Spanjaard, 1999).

2020-04-07

stoornis

stoornis - zelfstandig naamwoord uitspraak: stoor-nis 1. iets wat stoort of gestoord is ♢ er is een stoornis geweest in de communicatie 1. een spraakstoornis [niet goed kunnen praten] 2. iets wat afwijkt van het normale ♢ agressief gedrag is een stoornis ...

2020-04-07

Stoornis

Stoornis - v. (-sen), storing, hinder; verwarring : stoornis brengen, veroorzaken; alles liep zonder stoornis af.

2020-04-07

Stoornis

zie Afleiding.

2020-04-07

stoornis

('sto:rnis) v. (-sen) 1. Eig. W. g. het storen, storing: geen dulden. 2. Metn. wat stoort, hinder, beletsel: veel bij zijn werk ondervinden. Syn. afleiding.